Posts tonen met het label Visuele poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Visuele poëzie. Alle posts tonen

De maskers van Paul de Vree

In Nederland zijn vanaf eind jaren vijftig tot in de jaren zeventig een aantal periodieke uitgaven verschenen met bijdragen van kunstenaars die zeker onder de noemer kunstenaarsboeken geplaatst kunnen worden, waaronder Barbarber (tijdschrift voor teksten), het tijdschrift Fandangos (werd in 1973 opgericht door Raul Marroquin, samen met Marjo Schumans en Anton Verhoeven en uitgegeven van 1973-1978 door Agora Studio Maastricht) en het kunstenaarstijdschrift Kontext (1967-1977) van Michael Gibbs (zelf uitgegeven: Kontexts Publications), later veranderd in Artzien (1978-1982).
Een ander belangrijke uitgave is Subvers, tijdschrift voor (onder meer) konkrete poëzie van Hans Clavin. Hij richtte een eigen uitgeverij op, de Subvers Press, waarbij hij onder andere van 1970-1976 zijn eigen tijdschrift Subvers liet verschijnen. Er zijn twaalf edities verschenen, waarvan zeven gewijd aan één kunstenaar.

Eén van de kunstenaars was de Belg Paul de Vree. De Vree was dichter en beeldend kunstenaar. In zijn oeuvre kunnen we verschillende opeenvolgende periodes onderscheiden. Nadat hij in het begin van de jaren vijftig definitief brak met het schrijven van traditionele poëzie doorliep hij de volgende stadia: audiovisuele poëzie, concreet-visuele poëzie, visuele poëzie en de poesia visiva. Die inhoud draait rond de polen eros (liefde, geborgenheid, euforie) en erosie (dood, vergankelijkheid) en in het verlengde daarvan rond de tegenstellingen rust (aangepastheid, welbehagen, aanvaarding, verinnerlijking) en ontbinding (onaangepastheid, drift, weigering, aanklacht). Centraal in zijn werk staat ook een maatschappelijk (sociaal-kritisch) engagement. Hiervoor gebruikte De Vree vooral beeldmateriaal uit de massamedia. Die beelden worden becommentarieerd met een soms ironische of satirische tekst. Zo wou De Vree via allerhande associaties het geweten en het bewustzijn van de kijker aanspreken (uit: MUHKA).

Paul de Vree (fragment uit: Maskers)
Over de uitgave 'Maskers' schrijft dichter en beeldend kunstenaar Ranaat Ramon: 'Elk blad toont acht maskers, die op grafisch vernuftige en ritmische wijze als versregels worden gepresenteerd. Telkens vier zwarte maskers met witte ‘ogen’ en zwarte tekst daarin, en vier andere vice versa; de laatste twee bladen tonen maskers die, verticaal gedeeld half wit half zwart zijn. Op elke oog is een woord of een woordfragment aangebracht. De teksten – vijf Nederlandstalig, zeven Engelstalig – vormen telkens per blad een geheel, een zin van zestien tot negentien woorden/lettergrepen'.

Opsomming van de Subvers uitgaven:

Subvers 1. De Vree, Carrega, Joseph, Vigo, Damen, Sarenco, Bory, Kurtz, Insingel, Padín, Finch, Clavin, Ferguson, Scaccabarozzi, Van Es, Höhner, Megson, Valoch, De Rook, Tiziano, Niccolai, Spatola, Stikker, Moineau, Luken, Todorovič, Ockerse (Subvers Press IJmuiden 1970)
Subvers 1 1/2.Gomringer, Bense, Fahlström, Garnier, De Vree, Damen, Blaine, Vanderlinde, Williams, Sarenco (Subvers Press IJmuiden 1970)
Subvers 2 Hans Clavin, Porno-graphic poetry (Subvers Press IJmuiden 1971)
Subvers 3+4 Poster Poems. Bertini, Bory, Clavin, Damen, Lichtenauer, Nannucci, Perfetti, Valoch, Targowski, Todorovič, Wabl (Subvers Press IJmuiden 1971
Subvers 5 Herman Damen, Two phonographies (Subvers Press IJmuiden 1972)
Subvers 6 Peter Meijboom, Geschichte (Subvers Press IJmuiden 1972)
Subvers 7 Genesis P-orridge COUM (Subvers Press IJmuiden 1972)
Subvers 8 Herman de Vries, On language (Subvers Press IJmuiden 1972)
Subvers 9+10 Hans Clavin, L'angerie (Subvers Press IJmuiden 1973)
Subvers 11 Paul De Vree, Maskers (Subvers Press IJmuiden 1973)
Subvers 12 Afscheidsnummer (Subvers Press IJmuiden 1976)

De visuele dichter Hans Clavin

Hans Clavin
i.m. Merilyn Monroe 1968
(fragment uit: Holland var-969)
Hans Clavin (fragment uit: L'angerie 1973)
Hans Clavin English style (bijdrage: Subvers 1, 1970)
De eerste Nederlander die een bundel visuele poëzie publiceerde was Hans Clavin. Hij publiceerde in 1968 twee kleinere uitgaven L'histoire de l'histoire (IJmuiden 1968) en Open het woord (IJmuiden 1968), die vrij onopgemerkt bleven en kwam in 1970 met Holland var-969 (De Tafelronde Antwerpen 1970). Behalve de typografisch zeer gevarieerde concrete gedichten en de hoor- en schrijf-poëzie heeft Clavin in deze bundel een zevental gedichten opgenomen waarin de foto een rol speelt. Twee gedichten zijn opgebouwd uit grafische vormen en letters. Eén hiervan, 'i.m. Marilyn Monroe' was al in 'Open het woord' gepubliceerd. Daarna verscheen Porno-graphic poetry (Subvers Press IJmuiden 1971).

Vietnam, forgotten (?) 1976
(fragment uit: Totaal)
In 1973 verscheen van Clavin L'angerie (De Bezige Bij Amsterdam 1973). Had de ondertitel van 'holland var-969' nog concrete poëzie vermeld, bij 'L'angerie' stond hier visuele poëzie. Het was het eerste van een Nederlands visueel dichter verschenen boek. Clavin heeft hier overwegend collage techniek gebruikt en deze zeer gevarieerd toegepast. Toch zal de bundel bij velen verwarrend zijn overgekomen (uit: Visuele poëzie/zes visies, Instituut voor Esthetica/Universiteit Amsterdam). Clavin heeft ook een bijdrage geleverd aan de gezamenlijke publicatie Totaal (Bert Bakker Amsterdam 1976), Taalbeeld - Beeldtaal, Nederlandse Visuele dichters (Kunsthistorisch Instituut Amsterdam 1975) en diverse publicaties van Kontexts van Michael Gibbs. Een interessante publicatie over Clavin is van Joris van Casteren in de Groene Amsterdammer uit 2000: Vergeten dichter Hans Clavin.


Hans Clavin (bijdrage: Kontexts 6 & 7 1975)

De alleskunner G.J. de Rook

G.J. de Rook 'Kinderfoto' (uit: Xprmntl ptry 1971)
Gerrit Jan de Rook is kunstcriticus en freelance tentoonstellingsmaker. Daarnaast is hij actief als beeldend kunstenaar. In 1968 richtte hij samen met Robert Joseph en Ruud van Aarssen het tijdschrift 'Bloknoot' op voor concrete- en visuele poëzie met bijdragen van o.a. Klaus Groh, Robert Filliou, Michael Gibbs, Jiri Valoch, Miroljub Todorovic en Pier van Dijk. Het wil 'een ontmoetingspunt van diverse stijlen' zijn. Worden in het eerste nummer nog alleen concrete gedichten opgenomen van Clavin en Joseph, per nummer vrijwel zijn de visuele en concrete bijdragen sindsdien veelvuldiger en internationaler geworden. In 1970 richtte De Rook de uitgeverij exp/press op. Net als bij Robert Joseph en Pier van Dijk evolueerde voor De Rook de dichtkunst tot een 'totaalpoëzie', een samenstelling van auditieve en visuele poëzie. Handelingen en symbolen spelen in zijn werk ook een rol.

In 1970 verscheen zijn bundel 'witte gedichten'. Hierin zijn 16 concrete gedichten, meestal bestaande uit één woord, in drie talen opgenomen. In 1971 verscheen van hem 'xprmntl ptry'. Ruw geschat bevat deze bundel voor een derde deel concrete poëzie, voor iets meer dan een derde gedichten waarbij de foto of het object een rol speelt en voor het resterende deel een soort 'randgevallen'.

Van 1970 tot 1976 heeft De Rook onderstaande kunstenaarsboeken vervaardigd:

- L'histoire variée - op een thema van Hans Clavin (Subvers-Press/Bloknoot 1970 opl. 6)
- Witte gedichten (1970 oplage 60) 
- Proefonderzoek (Bloknoot Arnhem 1971 oplage 75)
- Dutch railway system (Utrecht 1971 oplage 66)
- Xprmntl ptry (Nijmegen Exp/press 1971)
- Life (In-Out Productions 1973) 
- Days (In-Out Productions Amsterdam 1974)
- Het menselijk bestaan (1974/1975)
- Stencilkunst (Utrecht 1975 oplage 10)
- Book for Ulises (Utrecht ca. 1975).

Ook heeft De Rook (originele) bijdragen geleverd aan gezamenlijke publicaties als Woord, Beeld, Werkelijkheid (AA.VV. t Hoogt 1974), Taalbeeld - Beeldtaal, Nederlandse Visuele dichters (Kunsthistorisch Instituut Amsterdam 1975), Scriptimages (Jan van Eyck Academie Maasstricht 1975) en Totaal (Bert Bakker Amsterdam 1976).


Tussen 1975 en 1977 hield hij zich bezig met stempelkunst en mail art. In de periode 1973-1976 organiseerde hij een twintigtal exposities van visuele poëzie en mail-art in Nederland en België en vervaardigde hiervoor soms de catalogi die als kunstenaarsboeken kunnen worden beschouwd, zoals Stempelkunst = stamp-art (Utrecht ca. 1976), Visuele poëzie (Amsterdam De Nederlandse Kunststichting ca. 1976), Mail art : kunst per post (uitgever s.l. 1977). Stamparttaal, Daylight Press Amsterdam 1976 (Published on the occasion of the Stamp Art Show held at Other Books and so, Amsterdam from april 27 to may 15,1976).

In 1987 vervaardigde De Rook met Frans Baake en Jan Voss in samenwerking met de uitgeverij Hooghuis in Arnhem een catalogus over kunstenaarsboeken van andere kunstenaars en deze zijn daarbij verzameld in een doos: The complete works : kunstenaarsboeken.

Gebaar (minimale handelingen): huppelen
(uit: Totaal 1976)

Gebaar (minimale handelingen): zingen
(uit: Totaal 1976)

Gebaar (minimale handelingen): groeten
(uit: Totaal 1976)

To-taal-kunst van Pier van Dijk/Robert Joseph




Pier van Dijk (fragmenten uit:
Zonwering 1971)
Kenmerkend voor de concrete poëzie is dat de gedichten tot stand komen met behulp van letters (woorden/zinnen) en de tipografische ruimte eromheen. Visuele poëzie daarentegen is een combinatie van tipografie en grafiek: taalelementen worden aangevuld met 'buitenlinguistische' elementen zoals foto, tekening, object en handeling. Deze verschuiving in materiaal waarmee de dichter werkte vond in Nederland - vanaf 1968 door Hans Clavin - vroeger plaats dan in veel andere landen.
Pier van Dijk en Robert Joseph
(fragment uit: Handlungen 1979)
Na 1975 begonnen de activiteiten van de meeste visuele dichters te verminderen. Een uitzondering hierop waren de kunstenaar Robert Joseph en dichter/kunstenaar Pier van Dijk die, voorzichtiger in hun poëtische ontwikkeling, tot begin jaren tachtig even actief zijn. Bij hen evolueerde de dichtkunst tot een 'totaalpoëzie', een samenstelling van auditieve en visuele poëzie.

Van Dijk schrijft gedichten sinds 1961, maakt o.a. schilderijen sinds 1963, maakt en doet visuele gedichten sinds 1971. Noemt zijn werk 'totaalkunst' sinds 1979. Joseph maakte concrete poëzie sinds 1966 en visuele poëzie sinds 1967. In 1971 verscheen de bundel 'Zie-poe-zie (26 visuele gedichten 1965-1970') uitgegeven door De Tafelronde Antwerpen (oplage 250). Deze bundel bestaat uit 23 concrete gedichten, twee gedichten waarbij het object een rol speelt (eerste publicaties in 1967 en 1969) en een fotografische documentatie van een 'handelingsgedicht'. In 1972 verscheen de publicatie 'De visieve driehoek' over relaties tussen woord, werkelijkheid en beeld in zijn gedichten. Joseph noemde zijn werk sinds 1976 totaalpoëzie: hij wilde de to-taal-iteit van het leven verdichten.



Pier van Dijk/Robert Joseph (fragmenten uit: zoeken naar het middelpunt)
Van Dijk en Joseph werkten sinds 1969 samen. Ze ontplooiden sinds 1971 o.a. de PQR-reeks (poëzieënzo) en een gemeenschappelijke serie publicaties (uit: België/Nederland. Knooppunten en parallellen in de kunst na 1945). Handelingen, symbolen en rituelen spelen in hun werk een grote rol. In bijvoorbeeld de serie 'ontmoetingen' (vanaf 1979) voeren zij gezamenlijk 'handelingen' uit, die een relatie tussen hun beiden tot uitdrukking brengt. Zij gebruiken een minimum aan middelen en gaan uit van de taal, noemen hun werk ook to-taal-kunst. In Kunstcentrum Badhuis (1980) bijvoorbeeld hebben zij een dag lang handelingen uitgevoerd, zowel buiten als binnen, waarvan de tentoonstelling en het kunstenaarsboekje 'zoeken naar het middelpunt' een neerslag zijn. 

Vanaf begin jaren tachtig hebben ze zich ook beziggehouden met stamp-art en mail-art.

Enkele uitgaven:
- Zonwering (Pier van Dijk) (PQR Delden/Duiven 1971 oplage 200 gesigneerd)
- Gedicht met twee stoelen (PQR Hengelo 1979)
- Handlungen (PQR Hengelo 1979)
- Zoeken naar het middelpunt (Kunstcentrum Badhuis Kunstinformatie 25 Gorinchem 1980)
- Handshakes V (PQR Hengelo 1981)
- 'a white sheet of paper', internationaal mail-art project van Pier van Dijk (Librije Hedendaagse Kunst Zwolle 1982)

Pier van Dijk
(fragment uit: Woord, Beeld, Werkelijkheid AA.VV. t Hoogt 1974

Pier van Dijk
(fragment uit: Woord, Beeld, Werkelijkheid AA.VV. t Hoogt 1974

Robert Joseph Zand 1970-1971
(fragment uit: Woord, Beeld Werkelijkheid AA.VV. t Hoogt 1974

Robert Joseph (fragment uit: Taalbeeld - Beeldtaal
Nederlandse Visuele dichters
Kunsthistorisch Instituut Amsterdam 1975)

De wisselwerking tussen taal en beeld: Michael Gibbs



Fragmenten uit: Selected Pages 1978
Aan het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig kwamen allerlei buitenlandse kunstenaars naar Nederland, of beter gezegd, naar Amsterdam. Om er zich definitief te vestigen of om er een langere tijd te verblijven. Veel Latijns-Amerikanen (zoals Raul Marroquin, Michel Cardena, Flavio Pons, Claudio Goulart, Ulisses Carrión), een aantal Amerikanen (Nan Hoover, Lawrence Weiner), maar ook Engelsen (o.a. John Liggins), Oost-Europeanen (o.a. Marina Abramovic) en IJslanders (o.a. Sigurdur Gudmundsson). Ze kwamen af op het tolerante leefklimaat, op het gunstige subsidieklimaat en omdat Amsterdam de reputatie had van een creatieve, enerverende en stimulerende stad.

Een van de Engelse kunstenaars die ook naar Nederland kwam is Michael Gibbs. Taal was voor Gibbs een fascinerend onderzoeksgebied. Op alle mogelijke manieren pluisde hij de taal uit om te achterhalen hoe zij werkte, wat de betekenis was, welke transformaties mogelijk waren. En niet voor niets nam hij een citaat van Derrida ‘There is nothing outside the text’ op als motto in zijn boek SOMEVOLUMESOFTHELIBRARYOFBABEL (Amsterdam Ex Libris 1982).

Foto: William Allen Art & Poetry Books  London  (©)

Michael Gibbs, Identities 1 & 2 (uit: Kontexts double issue 6 & 7 1975)

Gibbs schreef aanvankelijk veel concrete en visuele poëzie die hij onder andere publiceerde in het door hemzelf uitgegeven kunstenaarstijdschrift Kontexts (later veranderd in Artzien). Een tijdschrift waarvan kunstenaars richting en inhoud bepaalden, soms met eigen kunstbijdragen. Hieronder een compleet overzicht van tijdschrift Kontexts:


No. 1. Univ. of Warwick, Spring 1969. Ed. 250 copies, this copy no.241. Mimeo printed brown paper envelope, containing 8 poetry cards printed in black on different coloured stock (215 x 146mm); each entitled Kontext 1 through to 8 . Poems and graphics by Michael Gibbs (Avenue, o/I, mark top left from envelope), Andrew Belsey (Paranoia),Paul Merchant (Poem, Portrait), Alan Shut (Sock it to me baby), Terence McCarthy (Storm), Wendy Opie (Poetree).

No. 2. Leamington Spa, Summer, 1970: Michael Gibbs. Ed. 250 copies. Contributors: Bob Cobbing, Andrew Lloyd, Peter Mayer, Alan Riddell, Gerald Rocher, Paul de Vree, Nicholas Zurbrugg, Dom Sylvester Houedard.

No. 3. Summer 1971. limited ed. of 200 on colored paper. Contributors: Jeremy Adler, Peter Finch, Gibbs, Nico Mann, Peter Meyer, Clemente Padin, G.J de Rook, Miroljub Todorovik, Timm Ulrichs, Edgardo Antonio Vigo, Nicholas Zurbrugg; cover by Cobbing ('found sound poem'). Includes blue fingerprint design and letterpress foil poem.

No. 4. Winter 72/73. Limited ed. of 250 copies. Printed: Beau Geste Press. Contributors: Richard Kostelanetz, Dan Graham, Hammond Guthrie, Ken Friedman, Robert Lax, John Giorno, Linda Bandt, Wally Depew, Amelia Etlinger, Michael J. Phillips.

No. 5. Exeter: Michael Gibbs, n.d. Printed: Beau Geste Press. Contents: 4 East European poets (Jiri Valoch, Karel Adamus, Toth Gabor, J.H.Kocman); also Gibbs, Finch, Cobbing, Jochen Gerz, Ulisses Carion etc.

No. 6/7. 1975. limited ed. of 400. Contributors: Ulises Carrión, Clavin, Gibbs, Hutchins, John Liggins, Betty Radin, Stephen Williams.

No. 8. Amsterdam, Spring 1976. Ed. Gibbs & Carrion. Tabloid newspaper format. Contributors: Jackson Mac Low; Henri Chopin; Arrigo Lora-Totino, Liggins et al; together with a report from Le Colloque de Tanger, plus extracts from an interview with William Burroughs by Gerald Minkoff, a photograph of Burroughs looking into a Dream Machine, and 2 full-page b/w photos of two collages from 'The Third Mind'. Reviews largely by Carrion including his review of Gibbs's book Accidence which was thought to be designed with Carrion.

Nos. 9/10. (last publ.). Amsterdam, Winter 1976/77. Ed. Michael Gibbs. Contributors: Dick Higgins; bp Nichol; Peter Mayer; Bill Bissett; Carrion; Robin Crozier; Ladislav Novak; Nicholas Zurbrugg . 

Gaandeweg ging hij zich ook toeleggen op het gebruik van taal in beeldende kunst: in fotografie, videokunst en performances. Zijn eerste performances hadden te maken met klankpoëzie. In 1977 heeft Gibbs de catalogus Kontextsound (Kontext publications oplage 1.000) samengesteld voor de tentoonstelling 'tekst in geluid festival' in het Stedelijk Museum Amsterdam. Zie meer hierover: Kontextsound Stedelijk Museum Amsterdam.
 
Fragment uit: LANGWE JART 1978
Gibbs raakte meer en meer in de ban van de wisselwerking tussen taal en beeld, waarbij vooral de relatie tussen de begrippen ‘aanwezigheid’ en ‘afwezigheid’ hem uitdaagde. Gibbs gebruikte het boek als metafoor, getuige zijn uitspraak ‘everything in the world exists in order to end up as a book, het mag duidelijk zijn dat dat ‘boek’ ook een tekening of foto kon zijn. De kijker werd voortdurend met iets geconfronteerd, dat naar iets anders verwijst. Het ene medium geeft steeds vorm aan het andere, het beeld aan de taal en omgekeerd. "Ik heb een emotionele relatie met boeken, een soort Haat-liefdeverhouding. Het boek is voor mij een metafoor, een erotisch symbool" (bron: catalogus The Absent Words 1980).


Foto: William Allen Art & Poetry Books  London  (©)

De vorm van zijn boeken, die hij over het algemeen in eigen beheer uitbracht, is eenvoudig; gestencild of gedrukt op goedkoop papier, bijeengehouden met een eenvoudig bandje of met nietjes en nergens pretentieus (bron: Stedelijk Museum Amsterdam n.a.v. het overlijden van Gibbs in 2009). Een voorbeeld is Selected Pages (Kontexts publications 1978 oplage 300/26). Gibbs heeft hierin stukken uit zijn boeken overgenomen, gespeeld met lettercomposities en zelfgeschreven teksten afgedrukt. Het geheel wordt afgewisseld met foto's. Dit kunstenaarsboek geeft een boeiend overzicht van zijn oeuvre. Kunstenaarsboeken en publicaties die binnen Kontexts zijn uitgegeven kunnen geraadpleegd worden op: Kontexts publications. Hieronder een opsomming van de uitgaven van Gibbs binnen Kontexts en andere kunstenaarsboeken:

Life Line (Kontexts Publications, Exeter 1972)

Connotations (Second Aeon Publications, Cardiff 1973)
Extinction (In-Out Productions, Amsterdam 1974)
5 coloured alphabets in black and white (Guy Schraenen Editeur, Antwerp 1975 oplage 500)
Accidence (Daylight Press, Krommenie 1975 oplage 125)
Pages (Kontexts Publications, Amsterdam 1976 oplage 100 gen./ges.)
Accidence (Daylight Press, Amsterdam 1976)
Limits (Kontexts Publications, Amsterdam 1977 oplage 200 gen. en 18 ges. copies lettered a t/m q)
Deciphering America : a travelling collection (Kontexts Publications, Amsterdam 1978
Selected Pages (Kontexts Publications 1978 oplage 300 gen. en 26 ges. copies lettered a t/m z)
Pages 2  (Editions Da Costa, Amsterdam 1978 oplage 20 gen./ges)
LANGWE JART (Michael Gibbs en Bill Gaglione 1978)
Wounded Book (Kontexts Publications, Amsterdam 1979 oplage 100 gen.)
Cancellations (Stempelplaats Amsterdam 1980)
The Absent Words (Stedelijk Museum, Schiedam 1980)
SomeVolumesFromTheLibraryOfBabel (Editions Ex Libris, Amsterdam 1982 oplage 1000)
Ocean Park (Editions Ex Libris, Amsterdam 1983)
Lives of the Artists (Editions Ex Libris, Amsterdam 1985)
Innocence & Experience (with Claudia Kolgen. AIR, Amsterdam 1992)
Heaven and Earth (with Claudia Kolgen. Camerawork/Street Level 1994)
Legend, Selected texts 1966-84 (Boekie Woekie, Amsterdam 2004 oplage 200 gen.)
All or Nothing / SomeVolumesFromTheLibraryOfBabel (RGAP, Cromford, 2005)




Fragmenten uit: The Absent Words 1980

Peter Baren, opgedragen aan F. Clemente
(bijdrage uit: Artzien 3e jaargang
nr. 1 januari 1981)



Peter Downsbrough
(bijdrage uit: Artzien 3e jaargang
nr. 1 januari 1981 / 4p. centrefold)

De publicatie 'Totaal'



Het eerste gedicht van de bundel 'Holland var. 969' uit 1973 van Hans Clavin bestaat uit een blauw-wit vaatdoekje met daar op in rode letters 'make ready' gedrukt. Het laatste vers is een stuk schuurpapier met de opdruk 'poetry quality'. De eerste twintig gedichten staan nog sterk in de concrete traditie, met leesbare woorden in een bepaalde, woordbetekenis benadrukkende opmaak. Daarna wordt het vooral visueel, meer beeld, minder tekst. Ook bij andere concrete dichters voltrok zich in die dagen dit proces. Het concrete evolueerde langzaam naar het visuele. In een manifest dat Clavin in 1973 met zijn concrete collega's Herman Damen, Robert Joseph en Gerrit Jan de Rook schreef, werd dan ook geconstateerd dat 'deze alfabeties-estetiese vorm van informatie in het boek en aan de museummuur de bevriezingsdood is gestorven, aangezien zij niet méér had te bieden dan een esteties genot voor het oog (…). De konkrete poëzie heeft zich aldus bijgezet in het Mausoleum van Sophisticated Stuff en Established Art (…)' (uit: De Groene Amsterdammer, de vergeten dichter Hans Clavin, Joost van Casteren).

In 1976 brengen Hans Clavin, Herman Damen, Robert Joseph en Gerrit Jan de Rook de publicatie Totaal 1 uit (Bert Bakker Amsterdam): 'totaal stelt zich over de grenzen van bestaande ekspressievormen op als een teken'taal' die schrift en artikulatie kombineert met of vervangt door beeld, tekening, grafiek, foto, collage, décollage, project, object, signaal, simbool, gebaar, beweging, licht, geluid, reuk, smaak, situatie, rekwisiet, straatbeeld'.

'Totaal is op zoek naar een associatie van tekens die de ervaring kan uitdrukken van een komplekse werkelijkheid, herkennings- of verrassingswaarde heeft voor beschouwer/deelnemer en een komentaar, in kompositoriese vorm, kan leveren op de wereld van bewustzijnsfabrikanten en kommunikatiegiganten, smaakmakers en welvaartslikkers, mét of zonder, rijjijofrijik, self-fulfilling prophecy, sensoren, akseptgirokaarten, verzekerde bewaringen'.

Hans Clavin 'completa'

Herman Damen 'de taal vormt het proeven voor'

Robert Joseph (samen met Pier van Dijk) 'versvoeten' 1972

Robert Joseph 'dichten is wit papier eten' 1971

G.J. de Rook 'wat is de mens'

Herman Damen: Langer Vers; taal mobiliseren

Omslag Kingkorn 1972

betekste koe 1966

pedaal poween 1966


stamp picture 1967

love during the dessert 1967

40+/product of holland 1968

Ozon 1969


In het kunstenaarsboek 'Langer Vers; taal mobiliseren' (eigen beheer Utrecht oplage 1.000 1973) heeft de Utrechtse taalontwerper Herman Damen zijn experimenten met de taal van 1966 tot en met 1972 verzameld. In dit boek, laat Damen zien dat hij een nieuwe weg is ingeslagen vanuit de in de beginjaren zestig vigerende konkrete poëzie en zo de dood ervan heeft bespoedigd. Konkrete poëzie is een verzamelterm voor een internationale vorm van letterkunde die de tekst los wil maken uit zijn lineaire volgorde en het woord hoofdzakelijk als visueel esthetische informatie binnen het boek of de expositieruimte beschouwt.
 
Damen onderscheidt zich in de aanvang hiervan, doordat hij aandacht schenkt aan alle ruimtelijke en zintuiglijke aspecten van de taal. Het woord niet alleen bevrijd uit de syntactische volgorde maar komt ook los van het papier; de taal wordt voorwerpelijk gemaakt; de ondergrond van de tekst wordt uitgebreid, functioneel gemaakt en uiteindelijk geëlimineerd.
 
Damens gedichten ontsnappen aan een bevriezing in een stoffige boekenkast. Peer en stamboekkoe worden betekst, versvoeten op straat gezet, vergroot in een akker geploegd, in de lucht getekend, of in een grot gehouwen (1966). Foto- en filmcamera schrijven het gedicht mee. De dichter neemt niet enkel verantwoording voor het gedicht als manuscript maar ook als druktechnisch of fotografisch ontwerp. Het merendeel van de ontwerpen in Damens jongste bundel bestaat uit foto's, dia's, filmfragmenten van akties, projecten, objecten, kollages, tableaux. Poësis en praxis worden in een adem genoemd.
 
De beschouwer van de taalmanipulaties wordt uitgenodigd tot actieve deelname; het boek is een kijk- en doeboek. Taal wordt kinesisch en kinetisch, beweegbaar en bewegend, te gebruiken en te dragen. Poëzie wordt een verwisselbare en vergankelijke powezie; gemengd, uit elkaar gevallen, versneden, gegeten, uitgescheiden, weggeworpen, geplet, verbrand, begraven. Men levert zo een 'bijdrage tot het egaliseren van de overdreven gedachte aan de onmisbare belangrijkheid van het gedicht. Het mag nu kapot (manifest, AH 5). Poésie pure wordt een auditieve powezie: aan de hand van een partituur is een life en/of radiofonische montage mogelijk. In de 'fonografie' onderzoekt Damen de relatiemogelijkheden tussen visueel en auditief ritme.
 
Via een braille-gedicht en een filmische weergave in kleur van de opstanding van een tekst uit de grond komt Herman Damen tot een centraal ontwerp in zijn zintuigtaal: het 3-dimensioneel alfabet (1969): de taal verwerft een nieuwe dimensie, die van de tastbaarheid.
In de volgende ontwerpen (de bundel is chronologisch opgebouwd) blijkt Damen zijn poëzie relativerende opstelling meer en meer prijs te geven voor een sociaal-kritische stellingname. Werd in 1967 een tekst op het lichaam aangebracht omwille van de tekst, in 1972 wordt de huid beschreven en geïmpregneerd met een cosmetische vloeistof (feedback, succes, trema, personaliteit, etc.) om daarmee de psychologische massage via z.g. persoonlijkheidscursussen te ironiseren.
De gemobiliseerde taal wordt opnieuw gemobiliseerd. 'Langer Vers' slaat niet alleen op de inhoud van het boek, maar is ook de titel van het omslagontwerp, waarin de ontwaarding van het brood en de dollar op originele wijze is gecombineerd: een gesneden wit brood van sneetjes dollarbiljetten op een zilveren ondergrond (uit het pers communiqué 1973).
 
Damen hield zich vanaf 1966 ook bezig met verbosonie en verbophony. Lees meer hierover op: Kontextsound.
 
Andere kunstenaarsboeken zijn:
- Thanksgiving Pentagon (ed. Amodulo Brescia 1972 oplage 1.000)
- Poesia Visivia (catalogus; Studio Brescia 1972 oplage 1.000)
- Zintuigtaal (ed. Exp/Press Utrecht 1973 beperkte oplage)
- $Junta-diaboek (Eigen uitgave Utrecht 1973 oplage 13 gen.)
 
Damen heeft verder het Tijdschrift voor verbaal-plasticisme 'AH' uitgegeven vanaf 1966 met diverse bijdragen van andere kunstenaars. Er verschijnen tien nummers.
 
psycho-cybernetics 1972

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...