Posts tonen met het label Bakker. Douwe Jan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bakker. Douwe Jan. Alle posts tonen

Vier IJslandse kunstenaars en Jan Douwe Bakker

De kunstenaar Douwe Jan Bakker werkte op de Jan van Eijck Academie in Maastricht samen met de IJslandse kunstenaar Birgir Andrésson (kunstenaarsboek: Eyktarmork séd fra' haekinsdal í kjos, Jan van Eijck Academie ca. 1987). Ook maakte Bakker daar kennis met een gemeenschap van IJslandse conceptuele kunstenaars die in de jaren zeventig naar Nederland waren verhuisd, waaronder Sigurdur Gudmundsson, zijn broer Kristján Gudmundsson en Hreinn Fridfinnsson. Het Frans Hals Museum heeft in 1974 een tentoonstelling georganiseerd van de deze drie IJslanders samen met Douwe Jan Bakker. De catalogus bestaat uit vier boekjes van elk van de kunstenaars. Deze originele bijdragen kunnen als kunstenaarsboekjes worden beschouwd:

- Sigurdur Gudmundsson: The ten Commandments
- Douwe Jan Bakker: 236 pronouceables
- Kristján Gudmundsson: zonder titel
- Hreinn Fridfinnsson: Five gates for the South wind

Het boekje (Five gates for the South wind) van Hreinn Fridfinnsson is duidelijk conceptueel: "The idea originated in the Spring of 1971, but the gates were not built until the late summer of 1972. They are situated at a lonely place on the south coast of Iceland. I wanted them to open only for the South wind. The following pictures were taken on the same day that the gates were positioned: a dull and rainy day, and the wind was blowing from the North. I haven 't seen them since".
"Hreinn Fridfinsson is a poet. He "speaks" to us about the light, the wind, the landscape, about the rocks and crystals, about the gravity and about sentiment. In 1972 he created gates for the South Wind at a lonely spot on the southern coast of Iceland. He constructed them in such a manner that the South Wind could open the leaves of the gates. On one rainy day, when he had just finished constructing the gates and was taking a photograph of them, the wind blew from the north; the leaves remained closed and the artist never again returned to that place" (Jean-Christophe Ammann, April 2000).

Voor meer dan veertig jaar maakt Kristján Gudmundsson conceptuele kunst en hij heeft in deze periode een opvallende uitbreiding aan het begrip 'tekening' gegeven. Hij ziet in schrijf- en tekenmateriaal een tekening a priori. Voor hem levert tekenmateriaal zélf met behulp van een logische ordening of minimalistische handeling al een tekening op. In tegenstelling tot de fundamentele schilderkunst staat niet het proces van het schilderen en tekenen centraal, maar de logica in zowel het beeld als de taal verwerkt in een titel of concept (bron: Galerie van Gelder). In zijn bijdrage van 1974 bestaat het boekje (zonder titel) uit tekeningen van twee verticale lijnen en één horizontale lijn. De linker verticale lijn wordt hierin naar rechts geschoven.

Sigurdur Gudmundsson vermeldt in zijn kunstenaarsboek The ten Commandments op de linkerpagina's de tien Geboden. Op de rechterpagina's zijn steeds dezelfde foto van Gudmundsson afgebeeld zittend op een stoel.

Van 1972-1974 maakte Douwe Jan Bakker voorwerpen, die voorzien zijn van een houten staafje dat men in de mond kan nemen: 236 pronouceables. Zo spreekt men het woord zonder geluid uit, men ‘hoort’ het door de ogen, die het object herkennen.

Na de IJslandse conceptuele kunstenaars die in de jaren zeventig naar Nederland was er een volgende generatie IJslandse kunstenaars. Ze studeerden allen aan de Jan van Eyck academie in Maastricht. De academie en de kunstenaars zelf publiceerden vele kunstenaarsboeken. Hieronder een overzicht. Klik op de naam voor een overzicht van de publicaties.

Thorvaldur Thorsteinsson

Asta Olafsdottir

Magnus V. Gudlaugsson

Gudrun Hrönn Ragnarsdóttir

Eggert Pétursson
Smáhlutir (Reykjavik 1978 oplage 100 gen./ges.)
Untitled (Reykjavik 1978 oplage 100 gen./ges.)
Passing-bells (Jan van Eyck Academie Maastricht 1979 oplage 100 gen./ges.)
What I had in mind (Jan van Eyck Academie Maastricht 1980 oplage 100 gen./ges.)

Ingólfur Arnarsson

Helgi Thorgils Fridjónsson

 

fragmenten uit: Five gates for the South wind
 



Fragmenten uit: 'Zonder titel' Kristján Gudmundsson
 


Sigurdur Gudmundsson
(omslag en fragmenten uit: The ten Commandments)
 

Mededelingen Centraal Museum Utrecht

Omslag






fragmenten uit: J.C.J. Van der Heyden Himal Aya

'Everest berg: in 1856 genoemd naar Sir George Everest,
voormalig hoofd van de Britse landmeetkundige dienst,
toen de berg werd gemeten als vermoedelijk de hoogste 
berg van de wereld, toen: 8769 M, nu 8848 M. Kort
na het officiele vaststellen van de naam, ontdekte men
de al eeuwenlang bestaande naam in Sherpa-taal en
Tibitaans: Chomo-Lungma, wat 'moeder van de wereld'
betekent. In het Nepalees: Sagar-Matha'.

Vanaf 1972 kwam de eerste van een reeks door kunstenaars geredigeerde nummers van 'Mededelingen' van het Centraal Museum Utrecht uit. Een kunstenaarsboek moet in principe als één geheel zijn geconcipieerd en niet worden onderbroken of begeleid door teksten of informatie van anderen dan de kunstenaar(s) zelf. Om deze reden zijn de 'Mededelingen' strikt genomen geen kunstenaarsboeken. Wat de 'Mededelingen' betreft: de vorm kan wel steeds door de kunstenaar zelf bepaald worden, maar de informatie van het museum beperkt zijn vrijheid wat de inhoud betreft (Bool en De Rook). Een voorbeeld hiervan is Mededelingen nummer 10 uit 1975. Het formaat, de omslag en het linnen kunstwerkje in het hart van het boekje is ontworpen door Rob van Koningsbruggen. Echter zijn naast een interview door H. Blotkamp met Rob van Koningsbruggen allerlei mededelingen van Centraal Museum Utrecht opgenomen in het boekje.

Een uitzondering hierop vormen de volgende nummers:

- nummer 1 1972, geheel vormgegeven door Pieter Holstein, met foto keuze, teksten en handschrift in facsimile

- nummer 4 1973, ontwerp Ger van Elk (Ik stond erbij en ik keek er naar 0, het was een wonder). Rol van 13 cm. breed en ca 4.5 meter lang. In koker. 'A beam too long to be photographed'.

- nummer 18 1977, dat is verzorgd door Douwe Jan Bakker (Een vokabulaire beeldverzameling in het IJslandse landschap)

- nummer 31 1981, idee en bewerking Hetty Huisman en Sarah Void (A monochronous ue in blue)

- nummer 32 1981, dat is verzorgd door J.C.J. Van der Heyden (Himal Aya)


Fragmenten uit:
Een vokabulaire beeldverzameling
in het IJslandse landschap

Douwe Jan Bakker onderzoekt in het project 'Een vokabulaire beeldverzameling in het IJslandse landschap' uit 1976/1977 de relatie tussen vormen in het IJslandse landschap (hellingen, heuveltoppen, waterlopen, lavastollingen) en de klank van de woorden om deze te benoemen.

Het is een fotografische skulptuur, waarin beeldgroepen door een omvangrijke vokabulaire gekonstitueerd zijn. Onderwerp van deze vokabulaire beeldverzameling is de verhouding tussen waarneming en benoembaarheid van omgevingen. Door middel van beeldende kunst wordt hier een aspekt van taal als betekenisvormend instrument gedemonstreerd, ten aanzien van het zowel konkrete als abstrakte begrip omgeving. Het idee om de verschijnselen waarnemen en benoemen uit te werken aan de hand van het IJslandse landschap en de uitgebreide IJslandse terminologie daarvoor dateert uit 1975. Het materiaal werd verzameld in de zomer van 1976 en daarna verder uitgewerkt tot in de huidige vorm, waarin de diktionaire betekenis van elk zelfstandig naamwoord vervangen is door een definiërende fotofrafiese uitsnede van een bijbehorend landschappelijk element. In deze voorpublikatie van het project is gekozen voor een 18-tal fragmenten, die paarsgewijs samengevoegd zijn. De uitgave van deze fragmenten is in de meest letterlijke zin een aantal 'mededelingen' over een skulptuur. De vokabulaire beeldverzameling als geheel is deel van reeksen taal-beelden: een voortdurend anti-disciplinair hiatenonderzoek, samengevat onder de titel 'Over 500 Language-Pieces' (1971).
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...