Posts tonen met het label Gamm(a) Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gamm(a) Utrecht. Alle posts tonen

Manipuleren met papier: Paul van Dijk



Paul van Dijk (eerste-, midden- en laatste pagina uit 'een blad doorbladeren')

Tijdens de opleiding aan de Koninklijke Academie van Den Bosch ging de voorkeur van graficus en conceptuele kunstenaar Paul van Dijk uit naar het maken van houtdrukken, niet als methode van reproduceerbaarheid, maar uit liefde voor de natuurlijke materialen papier, hout, verf en inkt. Zijn onderwerpen ontleent hij niet aan de zichtbare werkelijkheid, maar aan het materiaal waarmee hij drukt, het papier waarop hij drukt en de handeling van het drukken zelf. Deze benadering van de grafiek sluit in grote trekken aan bij die van de schilders die in en buiten Nederland de schilderkunst zelf tot onderwerp van hun werk hebben gemaakt. Dit wordt ook wel fundamentele schilderkunst genoemd.

In de prenten van eind jaren zeventig staat niet langer de structuur van het hout centraal, maar gaat het om de mogelijkheden die het papier als formeel gegeven biedt. Het fundamentele uitgangspunt wordt neo-constructivistisch. Door een blad te vouwen is het bijvoorbeeld mogelijk om de lange zijden op de diagonaal samen te brengen, om de korte zijden naar de lange zijden te verplaatsen, om een vierkant of driehoek uit een rechthoek te maken. Met minimale grafische middelen legt Van Dijk dit soort manipulaties met het papier in 'vouwdrukken' vast. Het manipuleren gebeurt ook in het kunstenaarsboek 'een blad doorbladeren' (Galerie Gamm(a) Utrecht gammagazine 14 1979), waarin een blad papier van 49 x 64,5 cm. in negen stukjes wordt versneden tot een boek om door te bladeren...

Bij het drukken speelt de achterkant ook een wezenlijke rol doordat de naar voren gevouwen zijden inkt meepakken. Teruggebracht tot het oorspronkelijke formaat, blijven de vouwen duidelijk zichtbaar en vormen voor- en achterkant elkaars complement. Een blad papier is zo niet langer uitsluitend een vlak gegeven, waarop elke suggestie van ruimte een optische illusie is. Wanneer de inkt nog nat is worden bedrukte gedeeltes van een blad papier - meestal randen of hoeken - elders opnieuw afgedrukt. Vorm en tegenvorm zijn steeds elkaars evenbeeld; zij onderscheiden zich slechts door de schralere inkt van de tegendruk. De mogelijkheden worden in sterke mate door de vorm van het blad papier bepaald. Er ontstaat een grote vrijheid met sterk associatieve titels als De Verheffing en Le baiser. De afbeeldingen zijn als bijdrage aan het kunstenaarsboek Arte Actual Holandesa (Gamm(a) Utrecht 1979) opgenomen

Uit: inleiding door Flip Bool in catalogus Paul van Dijk Haags Gemeentemuseum 1978.

Paul van Dijk (bijdrage Arte Actual Holandese: Le baiser 1977 en De Verheffing 1977)

William Verstraeten








William Verstraeten (Vier studies, kleurenfoto's 1979)
Vanaf 1979 is de Belg William Verstraeten werkzaam als kunstenaar en curator/ tentoonstellingsmaker. Net als de neo-constructivisten Paul van de Vliet en Marius Quee hield Verstraeten zich bezig met geometrische composities en ruimtelijke situaties in constructivistische zin, zoals weergegeven in het kunstenaarsboek/multiple Vier studies (gamm(a) Utrecht oplage 20). 'Het gaat mij in eerste instantie om het maken van schilderijen. De thematiek is een soort stroom die daaraan voortdurend voeding geeft. Daarbij past wel enige relativering. Het is de visualisatie van een proces dat in werkelijkheid niet die gevolgen heeft. De zwaartekracht maakt dat bijvoorbeeld onmogelijk. De fascinatie voor het draaien van de aarde heeft allerlei neveneffecten. Die leveren weer grappige kleine studies op, waaruit al of niet nieuwe werk ontstaat'.

Verstraeten heeft vanaf 1979 in de Middelburgse Vleeshal een aantal internationale avant-gardetentoonstellingen georganiseerd. Deze hebben de solide basis hebben gelegd voor de traditie die nu gevestigd is in De Vleeshal met haar belangstelling voor vernieuwende ontwikkelingen in de (inter)nationale hedendaagse beeldende kunst. Hij sloot de reeks in 1982 af met een tentoonstelling van eigen werk. Hij had in de Vleeshal een enorm wit blok neergezet. Daarop had hij een aantal van zijn vroege werken gehangen. Het geheel vormde een conceptueel werk. Hij stelde niet zozeer zijn oude werk ten toon, maar een tentoonstelling daarvan. Vandaar ook de titel: 'Prentententoonstelling' (met aanhalingstekens), wat een verwijzing was naar de bekende prent van M.C. Escher. Op Eschers prent is een man te zien die op een tentoonstelling naar een prent kijkt waar hijzelf (als aanschouwer van de prent) deel van uitmaakt.

William Verstraeten (bijdrage: Arte Actual Holandesa 1979)

Timm Ulrichs

Timm Ulrichs auf Rahnshof
(fragment uit konstruktion und rekonstruktion)
Ilhorn bei Neuenkirchen, Brake
(fragment uit konstruktion und rekonstruktion)
Timm Ulrichs rekonstruktion bei Christian-Albrechts-Universität
(fragment uit konstruktion und rekonstruktion)
De Duiter Timm Ulrichs is een neo dadaist of totaalkunstenaar. Uit zijn hele oeuvre blijkt zijn opvatting dat kunst leven is en het leven kunst. Zijn sculpturen hebben een hoog literair en conceptueel gehalte, of het nu gaat om meubelsculptuur, stads- en landschapssculpturen of lichtobjecten. Ironie is hier troef, een houding die in zijn performances soms omslaat in cynisme. Vanaf eind jaren zeventig maakt hij veel gebruik van fotografie en video. In het kunstenaarsboek konstruction und rekonstruktion, fotografische bestands- und beweis-aufhahmen (gamm(a) Utrecht 1977) staan foto's in van houtstapelingen in een (stads)landschap. Op de eerste foto uit 1943 staat Ulrichs als kleine jongen met zijn familie voor zo'n houtstapel. Deze foto was ook onderdeel van de 'selbst-ausstellung' als 'erstes lebendes kunstwerk' in de Galerie Patio in Frankfurt in 1966. Onder de motto dat kunst leven is en het leven kunst stelde hij zichzelf tentoon als kunstwerk.

'Das erst foto dieser kollektion, 1943 auf gut Rahnshof (Prenzlau) aufgenommen, zeigt mich als erste person von links; das letzte bild gibt den zweiten rekonstruktions-versuch von 1970 in der Kieler Christian-Albrechts-Universität wieder; die übrigen aufnahmen - alle aus den jahren 1976 und 1977 - stammen aus: Brake bei Sulingen, Lemke bei Nienburg, Ilhorn bei Neuenkirchen, Brake (3x) und Heidelberg'.

'War für mich dieser hackholz-stapel im wesentlichen ein evokations-objekt für vergangene, verloren gegangene Lebensumstände, so hatte er, kunst-voll aufgerichtet, auch die ästhetische Qualität kleiner, "gemauerter" rund- und kuppel-bauten, von kunstlich-kunstlerischen bauformen und -werken aus natürlichem material, die -zumal mich als ausgebildetem architekten - faszinieren können und mir um so interessanter erscheinen, als die langwierige kunst, sie herzustellen, immer seltener geübt wird'.

De 'photonotebooks' van Hans Eijkelboom



Hans Eijkelboom
(fragmenten uit: In de krant)
Sinds 1971 maakt Hans Eijkelboom fotoprojecten waarin de vraag centraal staat wat hem tot individu maakt ten opzichte van zijn medemens en hoe dat individu wordt gevormd. Het zijn naar sociologische antropologie neigende, uiterst droge registraties van de relatie tussen kleding, uiterlijk en persoonlijkheid, liefst in de vorm van een soort performance met zichzelf in de hoofdrol. Dit is prachtig vastgelegd in het kunstenaarsboek 96 Alternatives (eigen publicatie 1978). 'In a room there are 200 different articles of clothing among which also hats, shawls, some pairs of shoes and other things. I stand, dressed in white shorts in the middle of the room. When a visitor enters the room, I invite him to look at me and to choose from the clothes present those clothes he or she thinks will suit me best. When the choice has been made I put on those clothes. Then a polaroid photograph is taken of me together with the person who has selected the clothes' (uit: 96 Alternatives).

Verder maakt Eijkelboom fotonotities van winkelende mensen die hij selecteert vanuit een vaak overeenkomstig uiterlijk kenmerk (groene jas, blauwe sjaal, hoed, moeder-dochter etc.). Zijn observaties geven een mooi en soms schrijnend tijdsbeeld van de wijze waarop mensen zichzelf presenteren in het dagelijkse leven. In zijn fotoseries en projecten onderzoekt Hans Eijkelboom niet alleen de wederzijdse beïnvloeding van individu en maatschappelijke omgeving, maar ook de bemiddelende rol die de fotografie daarin speelt. In 1976 slaagde hij erin om tien dagen achtereen zichzelf op de foto in de krant te krijgen. 'Ik heb een poging gedaan om 10 achteropeenvolgende dagen op minstens één foto in de krant te staan'. Soms pontificaal in beeld, soms op de achtergrond. Van het project werd een kunstenaarsboek gemaakt, ‘In de krant’ (Gamma(a) Utrecht 1978 oplage 150), waarin de betreffende krantenpagina’s staan gereproduceerd. Andere kunstenaarsboeken zijn te vinden op de website van Hans Eijkelboom.

Hans Eijkelboom (fragment uit: 96 Alternatives)

Geometrische- en visuele-systematische vormen

Paul van de Vliet (uit Arte Actual Holandese)
In de al eerder besproken publicatie 'Arte Actual Holandesa' (Gamm(a) Utrecht 1978) kwamen de neo-konstruktivisten Paul van Dijk, Joke van Kerkwijk, Marius Quee (geometrische vormen) en Alex Spilker en Paul van de Vliet (visueel - systematische vormen) werken aan bod.

Paul van de Vliet was actief in Gorinchem tijdens de periode van 1972-1991 en heeft nauw samengewerkt met Ad Dekkers, Sjoerd Buisman, Marinus Boezem en Ewerdt Hilgemann. In de jaren zestig en zeventig was er in Gorinchem een kleine concentratie van kunstenaars die zich richtten op de concrete kunst, en met name de geometrisch-abstracte variant. Kunstenaars uit Gorinchem legden contacten met collega's die zich in de stad kwamen vestigen. Hun werk sloot aan bij ontwikkelingen in de internationale beeldende kunst: minimal art, het gebruik van natuurlijke materialen, de geometrie en het constructivisme. In de jaren daarna werden de elementen van de stroming gekoesterd door kunstenaars als Ad de Keijzer, Arie Brinkman, Paul van de Vliet, Joke van Kerkwijk, Peter Struycken en Vera Galis, maar niet zonder die van een sterk persoonlijke invulling te voorzien (bron: gorcumsmuseum.nl).



Paul van de Vliet: 'the way a structure
has been constructed' Gamm(a) 1977

In de kunstenaarspublicatie 'The way a structure has been constructed/four systematic line structures based on the construction and elimination of a line element and its structure' ('the way a structure has been constructed' Utrecht Gamm(a), 1977 oplage 26 en gesigneerd) van Paul van de Vliet komen duidelijk de visueel-systematische vormen tot uiting. Ook in zijn bijdrage in 'Arte Actual Holandesa' laat Paul van de Vliet op originele wijze een tekening zien van een visueel-systematische vorm en een foto waarin dit ruimtelijk is uitgewerkt.






Marius Quee (fragmenten uit: Transparanties)

Heel anders zijn de geometrische vormen van Marius Quee uit Den Haag in zijn kunstenaarsboek Transparanties (Gamma(a) Utrecht 1977 oplage 100 gesigneerd). Quee heeft zich ook met stempelkunst beziggehouden. 

Marius Quee (uit: Stempelkunst in Nederland
Rubber Vol. 3 1980)

Ook in de kunstenaarsboeken van Joke van Kerkwijk die zij in eigen beheer heeft uitgegeven zijn geometrische vormen gebruikt: 'Om en om' (Gorinchem 1978 oplage 12 gesigneerd). Een boekje met 8 nagenoeg onzichtbare geaquarelleerde kleurstukturen in de kleuren blauw en rood. En 'Grijs-rood-geel-blauw-grijs'. Een boekje met 8 nagenoeg onzichtbare geaquarelleerde kleurstukturen in de kleuren als genoemd in de titel (Gorinchem 1978 oplage 12 gesigneerd). Het gaat om de werking van de kleuren ten opzichte van elkaar en de werking van de minimale kleur als vlak.

Ruimte en tijd in het werk van Hooykaas & Stansfield




Fragmenten uit: 'the lines of his hand'

Elsa Stansfield en Madelon Hooykaas werken sinds 1972 samen, aanvankelijk onder de naam 'White bird'. Zij produceren gezamenlijk en afzonderlijk films en, sinds 1975, videobanden. In hun video-installaties combineren zij monitors, fotowerken en objecten. Ruimte en tijd zijn terugkerende thema's in hun werk. Beeld en geluid zijn hierin gelijkwaardige bestanddelen. De eigenschappen van het elektronische beeld werden in hun eerste tapes en installaties onderzocht en benut.

In het kunstenaarsboek 'the lines of his hand' fragments from a videotape (gamm(a) Utrecht 1978) zien we foto's van een man die ons iets verteld met handgebaren .

'The lines in his hand is made from a 2 minute section of a videotape recorded on march 24th 1978'.

'This magazine piece is a response to the visuel information on the video monitor, a man talking through a web of gestures'.

'The (monitor) frame is redefined three times within the piece as: a whole image, an area of particular interest within that fram (approx. 40%) and a detail from that whole (approx. 5%)'.

'This process reveals visual information within information up to the stage when the details and the structure carrying those details become one. Thereafter there remains mostly the grid which begins a new story - of lines. There is a strong parallel between this magazin piece and our video environments, where we take a basis from a tape and extend it into space. In the video environment 'continuing lines' which we making for gamm(a) we will use some aspects of this piece interwoven with our response to the space'.

In de tape 'Continuing Lines' (1978) gaan namelijk een onderzoek van het videobeeld en een ruimtelijke studie naadloos in elkaar over. De camera glijdt heen en weer tussen een kleine monitor en een iets grotere ernaast. Beide monitoren tonen hetzelfde beeld: eerst een hand en later gekreukt textiel. Door de zwenkende camera en de structuur van de videobeelden, opgebouwd uit horizontale lijnen, verwordt het textiel tot een golvend oppervlak (uit: Stokvis).

Installatie 'continuing lines' (uit de publicatie '5 environment')

Fragment van 'continuing lines' (uit de publicatie '5 environments')

Agora Studio en De Appel arts centre



Aankondiging en fragmenten uit: Pelotas van Johan Cornelissen
Jan van Eyck academie Maastricht 1977

Buiten Amsterdam (Ulises Carrión) verschenen vooral in Maastricht verschillende kunstenaarsboeken die op de Jan van Eyck academie werden gedrukt. Van o.a. Rod Summers (Mail project z.j., Poems '68-'72 z.j. en Influence '43-'75 z.j.) en Servie Janssen (Dimensies van stilte en mythe 1974, Platmond 1975, Project in 'de Appel' 1978). In Maastricht bevond zich tevens de ‘Agora Studio’ een activiteitencentrum dat de beeldende kunst als uitgangspunt nam en in 1972 werd opgericht door Theo van der Aa en Ger van Dijck. Zij organiseerden hier tentoonstellingen, lezingen, politieke acties en film- en diavertoningen. Daarnaast gaf het centrum het tijdschrift Fandangos uit en publiceerde het een serie boeken van onder andere Ulises Carrión, Nikolas Urban, Marjo Schumans (Outlines 1974), Johan Cornelissen (Pelotas, R.G.S.) en de Mexicaanse kunstenaar en uitgever Felipe Ehrenberg. Agora werkte nauw samen met de Jan van Eyckacademie. De doelstellingen van het centrum waren verwant aan de fluxus-mentaliteit: niet kunst om de kunst maar een samengaan van kunst en leven. ‘Agora’ vervulde een schakelfunctie binnen een internationaal netwerk van gelijkgestemde ondernemingen wat ervoor zorgde dat het centrum ook door veel buitenlandse kunstenaars werd bezocht (Van der Zwaag).

Bij Agora Studio ging men uit van het idee dat kunstuitingen ontstaan, onafhankelijk van geografische of historische aanleidingen. Met name de opzet van de Fluxus-beweging en de conceptuele kunst beantwoordden aan deze gedachtengang. Beide stromingen maakten gebruik van moderne media en bestaande communicatienetwerken om historische en geografische grenzen te overschrijden. Vanuit de door deze stromingen gecreeerde situatie wilde Agora Studio verder gaan. Dit mondde uit in speciale aandacht voor de mediakunst binnen Agora Studio. Met Agora Studio was weer een instelling ontstaan waar videokunstenaars voor de realisatie van hun projecten terecht konden (Stokvis).

Omstreeks 1975 kreeg de videokunst in Nederland een nieuwe impuls door de oprichting van De Appel Amsterdam in 1975. Over een periode van vijf jaar zou De Appel zich profileren als internationaal podium voor conceptuele kunst en performances. Veelal werden performances op video vastgelegd. Van de performance en conceptuele kunstenaars die met video werkten, ontwikkelden enkelen zich tot kunstenaars die het gezicht van de Nederlandse videokunst zou gaan bepalen. Dit waren Elsa Stansfield en Madelon Hooykaas, Bert Schutter en Daniel Brun. Stansfield en Hooykaas werkten sinds 1972 samen als 'White Bird'. Zij hebben ook kunstenaarsboeken vervaardigd:

- 5 video environments (Maastricht, Agora Studio 1979),
- The lines of his hand, fragments from a videotape (Utrecht, Gamm(a) gammagazine 7 1978)
- Transposed Environment pdf.file (Cres Publishers, 1980).
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...