Posts tonen met het label Holstein. Pieter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Holstein. Pieter. Alle posts tonen

De stoelen van Pieter Holstein

Pieter Holstein (omslag: Gekleurde etsen en de rest)
Nieuwe figuratie is de benaming voor schilderkunst in de jaren zeventig van o.a. de Nederlandse en Belgische schilders Raveel, Lucassen, Holstein en Alphons Freymuth. In het kielzog van de belangstelling voor de pop art krijgen ook deze schilders veel aandacht. Zij delen met de pop art een voorkeur voor populaire beeldtaal. Zij gebruiken deze echter niet om in te spelen op de mentaliteit van de massamedia, maar om haar in een kritische relatie te zetten tot andere beeldtalen.Op deze manier bezinnen zij zich op het begrip 'stijl' in de schilderkunst. De kunstenaars van de nieuwe figuratie geven een abstracte betekenis aan de afbeelding. Zij accentueren de dubbelzinnigheid van het schilderij en relativeren de tegenstelling tussen figuratie en abstractie. Onverbloemd verwijzen zij naar realistische, constructivistische, expressionistische en eigentijdse schilderstijlen, beelden en thema's, vaak meerdere binnen één schilderij.

Pieter Holstein maakt vanaf 1969 cartoonachtige, met waterverf ingekleurde etsen. Hierin beklemtoont Holstein het verschil tussen de werkelijkheid en een tekening. De stijl is eevoudig en ontleend aan reklametekeningen, kindertekeningen, illustraties uit jongensboeken en stripverhalen. Op humoristische wijze tekent en fotografeert hij alledaagse situaties en voorwerpen die in de afbeelding een geheel eigen leven gaan leiden. Toegevoegde teksten verhogen de verwarring. 'Ik geloof dat gedachte en beeld nevenschikkend zijn'. Er is sprake van een relatie tussen autonoom beeld en een visuele voorstellingswereld. In zekere zin zijn die relaties zelf onderwerp geworden van hun werk. De ets 'Het verschil' bijvoorbeeld suggureert dit zeer duidelijk, en niet voor niets schreef Holstein in het kunstenaarsboek Gekleurde etsen en de rest (uitgegeven n.a.v. de tentoonstelling in Galerie Espace 1972): 'Het onderwerp is de schepping, het werkelijke en het onwerkelijke'. Het onderwerp van de nieuwe figuratie in inderdaad voor een belangijk deel de werkelijkheid van onwerkelijke scheppingen, het abstracte leven van realistische voorstellingen. Wat de tegenstelling figuratief-abstract betreft moet het duidelijk zijn, dat figuratie uiteraard ook een abstractie is, zei Holstein en keer, en hij laat er direct op volgen: 'Een geschilderde pijp is geen pijp'. De liefde voor René Magritte - die hier natuurlijk werd geciteerd - zit bij Holstein diep.

Holstein heeft nogal wat etsen gemaakt waarin stoelen in groepen of groepjes zijn afgebeeld. De betovering van 'het leven dezer voorwerpen' heeft hij zelfs in foto's van stoelen willen weergeven. 'Het was mij opgevallen dat stoelen zó in een ruimte staan, dat ze mensen voorschrijven hoe ze moeten zitten; als ze met de zittingen naast elkaar toe staan, gaan ze naar elkaar toe zitten, in een schoenwinkel met de rug naar elkaar. Dat is de "dictatuur van de stoelen" (de titel van een ets). Als je het in woorden vertaalt is het in zekere zin ontkracht, maar het beeld is, geloof ik, universeler; het beeld geeft de wonderlijkheid ervan weer, de wonderlijkheid van het leven met voorwerpen'.

In zijn etsen stelt Holstein bijvoorbeeld stoelen op volgens symmetrieen en groeperingen, als speelden zij een rol in menselijke drama's. Het meest duidelijk in dit opzicht is een prent waarop de vraag 'Blijft een stoel die omvalt een stoel?' is geschreven. Er zijn twaalf stoelen van een zelfde categorie: daarvan is één omgevallen, terwijl in het midden een zetel van een andere soort heeft plaatsgenomen. Het is naar ritme, symmetrie en ruimtelijkheid precies de opstelling van een 'Laatste Avonmaal' in de Florentijnse traditie: Christus in het midden, de apostelen ter weerzijden, en Judas de verrader vóór de tafel, als buitenstaander, in beeld gebracht. Hiermee wil Holstein al tekenend ontdekken wat het beeld vermag, de wetten leren kennen van plaatjes, en hij wil de abstracte vormen tekenen die door nieuwe combinaties van beeldregels een onverwacht verband met de verbeelding en werkelijkheid van mensen aangaan (bron: De Nederlandse identiteit in de kunst na 1945, Amsterdam 1995 en Kunst van nu, 1995).

Andere kunstenaarsboeken zijn: Tekeningen en emails (Galerie Espace 1975) en Het Raam (z.j. oplage 100 gen./ges.). Op een zestal pagina's publiceert Holstein, in‘Het Raam’, 45 foto's van zeer uiteenlopende onderwerpen en vier korte teksten. Uit de gevarieerdheid van de foto's en uit de teksten spreekt nog duidelijk een in de jaren zestig al gangbare nieuw-realistische (of ook wel nieuw-figuratieve) kunstopvatting: het openzetten van een raam is voor Holstein al voldoende voor hetrealiseren van werkelijkheid in een kunstwerk. Het toeval van de werkelijkheid lijkt in zijn fotoverzameling een grotere rol te spelen dan de orde van de idee. Zie uitspraken als: ‘Dit gaat over het beeldende, dat voortdurend aanwezig is. Voor wie hetwil zien laten ook de honden hetvallen.’ En: ‘Ik noem kunst hetproberen een vorm te geven aan alledag’ (bron: Ad Zuiderent in Voortgang. Jaargang 12, Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam 1991). Deze uitgave is in 1996 herdrukt met en oplage van 200 (Amsterdam).





Pieter Holstein (fragmenten uit: Gekleurde etsen en de rest)

Mededelingen Centraal Museum Utrecht

Omslag






fragmenten uit: J.C.J. Van der Heyden Himal Aya

'Everest berg: in 1856 genoemd naar Sir George Everest,
voormalig hoofd van de Britse landmeetkundige dienst,
toen de berg werd gemeten als vermoedelijk de hoogste 
berg van de wereld, toen: 8769 M, nu 8848 M. Kort
na het officiele vaststellen van de naam, ontdekte men
de al eeuwenlang bestaande naam in Sherpa-taal en
Tibitaans: Chomo-Lungma, wat 'moeder van de wereld'
betekent. In het Nepalees: Sagar-Matha'.

Vanaf 1972 kwam de eerste van een reeks door kunstenaars geredigeerde nummers van 'Mededelingen' van het Centraal Museum Utrecht uit. Een kunstenaarsboek moet in principe als één geheel zijn geconcipieerd en niet worden onderbroken of begeleid door teksten of informatie van anderen dan de kunstenaar(s) zelf. Om deze reden zijn de 'Mededelingen' strikt genomen geen kunstenaarsboeken. Wat de 'Mededelingen' betreft: de vorm kan wel steeds door de kunstenaar zelf bepaald worden, maar de informatie van het museum beperkt zijn vrijheid wat de inhoud betreft (Bool en De Rook). Een voorbeeld hiervan is Mededelingen nummer 10 uit 1975. Het formaat, de omslag en het linnen kunstwerkje in het hart van het boekje is ontworpen door Rob van Koningsbruggen. Echter zijn naast een interview door H. Blotkamp met Rob van Koningsbruggen allerlei mededelingen van Centraal Museum Utrecht opgenomen in het boekje.

Een uitzondering hierop vormen de volgende nummers:

- nummer 1 1972, geheel vormgegeven door Pieter Holstein, met foto keuze, teksten en handschrift in facsimile

- nummer 4 1973, ontwerp Ger van Elk (Ik stond erbij en ik keek er naar 0, het was een wonder). Rol van 13 cm. breed en ca 4.5 meter lang. In koker. 'A beam too long to be photographed'.

- nummer 18 1977, dat is verzorgd door Douwe Jan Bakker (Een vokabulaire beeldverzameling in het IJslandse landschap)

- nummer 31 1981, idee en bewerking Hetty Huisman en Sarah Void (A monochronous ue in blue)

- nummer 32 1981, dat is verzorgd door J.C.J. Van der Heyden (Himal Aya)


Fragmenten uit:
Een vokabulaire beeldverzameling
in het IJslandse landschap

Douwe Jan Bakker onderzoekt in het project 'Een vokabulaire beeldverzameling in het IJslandse landschap' uit 1976/1977 de relatie tussen vormen in het IJslandse landschap (hellingen, heuveltoppen, waterlopen, lavastollingen) en de klank van de woorden om deze te benoemen.

Het is een fotografische skulptuur, waarin beeldgroepen door een omvangrijke vokabulaire gekonstitueerd zijn. Onderwerp van deze vokabulaire beeldverzameling is de verhouding tussen waarneming en benoembaarheid van omgevingen. Door middel van beeldende kunst wordt hier een aspekt van taal als betekenisvormend instrument gedemonstreerd, ten aanzien van het zowel konkrete als abstrakte begrip omgeving. Het idee om de verschijnselen waarnemen en benoemen uit te werken aan de hand van het IJslandse landschap en de uitgebreide IJslandse terminologie daarvoor dateert uit 1975. Het materiaal werd verzameld in de zomer van 1976 en daarna verder uitgewerkt tot in de huidige vorm, waarin de diktionaire betekenis van elk zelfstandig naamwoord vervangen is door een definiërende fotofrafiese uitsnede van een bijbehorend landschappelijk element. In deze voorpublikatie van het project is gekozen voor een 18-tal fragmenten, die paarsgewijs samengevoegd zijn. De uitgave van deze fragmenten is in de meest letterlijke zin een aantal 'mededelingen' over een skulptuur. De vokabulaire beeldverzameling als geheel is deel van reeksen taal-beelden: een voortdurend anti-disciplinair hiatenonderzoek, samengevat onder de titel 'Over 500 Language-Pieces' (1971).
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...