In-Out Center Amsterdam

1973 (foto: Nell Donkers, De Appel Amsterdam)
Amsterdam oefent rond 1970 een onvoorstelbare aantrekkingskracht uit op jongeren uit de hele wereld. In het bijzonder kunstenaars op zoek naar vrijheid en een open, tolerante omgeving voelen zich er thuis en verrijken het artistieke klimaat met verbluffend avontuur. Vooral door toedoen van de Provo’s (1965-1967) doet zich in enkele jaren een bevrijdende ommekeer voor in Amsterdam. “Amsterdam is de meest opwindende stad ter wereld,” zegt Michel Cardena in 1976 (tegen de Amerikaanse Martha Hawley, Fandangos 7).

Een van de markantste momenten waarop zichtbaar wordt dat kunstenaars uit het buitenland op eigen initiatief de vernieuwing vooruit helpen is de oprichting in 1972 van het In-Out Center. Zelf van Colombiaanse afkomst, nodigt Michel Cardena twee Latijns-Amerikaanse -, Ulises Carrión en Raul Marroquin, drie IJslandse-, Hreinn Fridfinnsson, Kristján Gudmundsson, Sigurdur Gudmundsson en drie Nederlandse kunstenaars uit, Hetty Huisman, Pieter Laurens Mol, gerrit jan de rook. Gezamenlijk runnen ze een kleine ruimte aan de Reguliersgracht. Ieder huurt voor één maand de ruimte, exposeert zelf gedurende de eerste helft en nodigt voor de tweede helft een gast uit. Samenwerken als collectief is er niet bij, de kunstenaars hebben ieder een individuele kunstopvatting en een eigen signatuur. Wat ze wel delen is de lichte toon, de absurdistische humor, de poëtische inslag, de fascinatie voor tekst, de eenvoud van uitdrukking, ook in het geval van existentiële condities, de huiver voor commercie (bron: Tineke Reijnders, tekstbijdrage tentoonstelling In-Out Center in De Appel van 15 november tot en met 11 december 2016).

Ook andere kunstenaars konden zich dus in het In-Out Center manifesteren waaronder: Marten Hendriks en Marjo Schumans uit Nederland, Thomas Niggl uit Duitsland, Geza Perneczky en Nikolaus Urban uit Hongarije, Michael Gibbs en John Liggins uit Engeland, Jim Melchert uit Amerika en Michael Druks uit Israël. Het waren 44 tentoonstellingen; getoond werd conceptkunst in de meest uiteenlopende media: fotografie, video, diaprojectie, het alfabet, keramiek, performance, kunstenaarsboekjes.


Tentoonstelling In-Out Center
Kunsthistorica Tineke Reijnders onderzocht het In-Out Archief reeds in 1992 in Genève, waar het deel uitmaakte van het Other Books and So Archive dat Juan Agius destijds beheerde nadat Ulises Carrión hem dat voor zijn dood in 1989 had toevertrouwd. De zwarte ordner bevat vrijwel alle uitnodigingen van de 44 tentoonstellingen die tussen november 1972 en eind 1974 plaatsvonden in een klein woonhuis, Reguliersgracht 103. Samen met historicus en tentoonstellingsmaker Corinne Groot heeft zij de afgelopen jaren actief onderzoek verricht zodat kunstwerken en documenten bijeen konden worden gebracht voor de tentoonstelling In-Out Center in De Appel in Amsterdam. Deze tentoonstelling heeft plaatsgevonden van 15 november 2016 tot 16 december 2016. 'Een van de oprichters Pieter Laurens Mol had in Brussel een perfect archief. Anderen bleken niet zo goed in bewaren', zegt Corinne. Ze vond ook materiaal terug 'onder bedden en in tuinschuurtjes'. Een groot deel bestaat uit kwetsbaar papier (bron: De Volkskrant, 6 december 2016).

Tentoonstelling In-Out Center

Tijdens de tentoonstelling hielden zij - midden in de expositie - kantoor in De Appel en konden vele bezoekers informeren. De bedoeling van dit alles was het tevoorschijn gebrachte beeldmateriaal en hun kennis te delen met internationale belangstellenden. Daartoe werken zij aan de voorbereiding van een Engelstalige website.

Tineke: 'Ik vind het belangrijk dat ook veel jongeren hier rondkijken, studenten van verschillende kunstopleidingen, ook uit het buitenland bijvoorbeeld, die heel enthousiast worden. Ze zien deze vroege conceptuele kunst en verbazen zich over de humor, de eenvoud van middelen en de onafhankelijkheid ervan.' Er is nog iets dat jonge kunstenaars inspireert, merkt ze. 'Die non-profithouding: het staat ver af van de commerciële 'art-fairs' van nu, het denken in succes, de hype rond 'emerging young talents'. 





Aankondigingen van Marjo Schumans en John Liggins,
kunstenaarsboekje Elemental Actions, John Liggins
Doordat Raul Marroquin aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht verbleef, waar goede drukfaciliteiten waren, produceerden de kunstenaars betrokken bij het In-Out Center een vrij groot aantal kunstenaarsboeken. Deze en ook een aantal objecten werden onder het label In-Out Productions uitgebracht. De uitgegeven kunstenaarsboeken zijn:

Ulises Carrión, Sonnet(s) (In-Out Productions Amsterdam 1972)
Ulises Carrión. Tell me what sort of wallpaper your room has and I will tell you who you are (In-Out Productions Amsterdam 1973 oplage 50 gen. eerste en tweede druk)
Ulises Carrión. Dancing with you (In-Out Productions Amsterdam 1973 oplage 100 gen.)
Ulises Carrión, Amor la palabra (In-Out Productions 1973, oplage 50)
Ulises Carrión, Speeds (In-Out Productions 1974, oplage 10)
John Liggins. Centrefold (prickdrawing) (In-Out Productions 1973 oplage 10 gen. ges.)
John Liggins. Errors (In-Out Productions Amsterdam 1973 (oplage 10 gen. ges.)
John Liggins. Elemental Actions (In-Out Productions Amsterdam 1974)
g.j. de rook. Life (In-Out Productions 1973)
g.j. de rook. Days (In-Out Productions Amsterdam 1974) 
Michael Gibbs. Extinction (In-Out Productions, Amsterdam 1974)
Pieter Paurens Mol. Leonardo da Vinci (In-Out Productions 1974 oplage 150 blind gesigneerd)


Fragmenten uit: tell me what sort of wallpaper your room has and I will tell you who you are
(Foto's: Nell Donker De Appel Amsterdam)
Carrións eerste verschijning op het Nederlandse culturele toneel was zijn betrokkenheid bij het In-Out Center in 1972. Hij stelde er tentoon in 1973 (‘text and other texts’) en bracht er onder de naam In-Out Productions drie boeken uit, de eerste van een lange reeks waarin hij zijn opvattingen over een nieuw begrip van het boek in praktijk bracht. In het voetspoor van, en na de sluiting van het In-Out Center opende hij in april 1975 aan de Amsterdamse Herengracht nr. 227 zijn winkel/galerie Other Books and So. Carrion eigen beschrijving: “Tell me what sort of wallpaper your room has and I will tell you who you are: elk blad bestaat uit een echt stuk behangpapier dat wordt verondersteld afkomstig te zijn van de slaapkamer van de persoon wiens naam op hetzelfde blad staat. Op die manier krijgt het boek twee rechtstreekse referentie-niveau’s, dat van de taal en dat van het materiaal zelf waarop de taal verschijnt” (bron: Ulises Carrión, “We have won! Haven’t we?”).
Tentoonstelling In-Out Center

Stills uit: Extinction (foto's Corinne Groot)
Michael Gibbs was een pionier op het gebied van visuele poëzie. In zijn werken op papier, installaties en performances onderhield hij een haat-liefdeverhouding met taal. Het doel was niet een illustratieve aanvulling van taal, maar een analyse daarvan. “Ik vraag me af, wat taal eigenlijk is. Dat is o.a. de reden waarom ik me met het alfabet, met woordvorming en klankverschuivingen heb beziggehouden”.  Tijdens performances zocht hij alle denkbare grenzen van taal op, bijvoorbeeld door het alfabet te verbranden of door woorden uit te snijden en ze op te eten. De werken op papier tonen zijn obsessieve relatie met taal door middel van cut-ups, typewriter art, mail art en stamp art. De lichtvoetigheid, zijn worsteling met taal, literatuur en boeken. Zijn artistieke gevecht met het alfabet of de manier waarop hij fotografie inzet. “Voor mij is de houding tot taal belangrijker dan de feitelijke betekenis van de woorden” (bron: catalogus The Absent Words, Stedelijk Museum Schiedam 1980).



Extinction 1974
De uitgave ‘Extinction’ van Gibbs hangt samen met zijn performance 'Extinction', gehouden in november 1974 bij de Jan van Eyck Akademie in Maastricht. De performance was nauw verwant aan de tentoonstelling ‘language operations’ van zijn concrete en visuele poëzie die gehouden werd van 26 maart tot 6 april 1974 in In-Out Center en waar hij dit boekje publiceerde. “I worked hard on laying out of the book (Speculations, AAA Press Maastricht) and preparing the plates for printing, and it finally appeared in February 1975. Part of my contribution was two photographs of a performance piece called ‘Extinction’, which involved setting fire to an alphabet of large letters cut out of polystyrene and then putting out the blaze with fire extinguisher. This was done in the garden of Jan van Eyck and recorded on video by Raul Marroquin” (bron:  Michael Gibbs, All or nothing 2016).




Van 25 februari 1974 tot 2 maart 1974 heeft Pieter Laurens Mol een tentoonstelling in het In-Out Center met als titel ‘Scultura Italiana’ Venezia, agosto 1973. In het kunstenaarsboek die hij toen heeft uitgegeven met als titel ‘Leonardo da Vinci’ staat vermeld: “Nog een boek over Leonardo da Vinci. Tijdens mijn verblijf in zijn geboorteplaats in augustus 1973, vroeg ik aan de mensen van het stadje Vinci ‘Leonardo da Vinci’ voor me neer te schrijven. We hebben dit boek samen gemaakt”. Door de manier waarop hij de cultuurgeschiedenis en zijn Hollandse achtergrond naar zijn hand zet dwingt hij de toeschouwer om zijn oordelen opnieuw te overwegen. Hij kijkt terug naar de kunst- en wetenschapsgeschiedenis en koestert daarbij een speciale belangstelling voor de 16de en 17de eeuw. Mol is niet geïnteresseerd in de historiciteit van het verleden maar vooral in de overdrachtelijkheid ervan. Voor hem is de enige echte tijd de tegenwoordige en daaraan koppelt hij dan elementen die zowel naar het verleden als naar de toekomst verwijzen.

Dit artikel is in juni 2017 i.s.m. Tineke Reijnders tot stand gekomen.

Sequence 1 - Nederlandse kunstenaarsboeken in internationaal perspectief

I know an artist’s book when I see one.

Tekst: Rein Jelle Terpstra (uit: catalogus Sequence 1)

Deze gedachte lijkt de uitkomst te zijn van een speurtocht door twee verzamelingen, op zoek naar een verbindende factor tussen al die publicaties van kunstenaars.

Voor deze tentoonstelling van kunstenaarsboeken hebben we geput uit twee verzamelingen, die van de particuliere verzamelaar Henk Woudsma en die van het Groninger Museum, elk met een eigen karakter en beide per definitie onvolledig. De belangrijkste overeenkomst is dat in beide collecties de conceptuele kunst van de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw als startpunt is genomen. De collectie van het Groninger Museum beslaat de periode 1960-1980, een tijdperk waarin het kunstenaarsboek opnieuw werd uitgevonden en een basis werd gelegd voor een nieuwe canon van het kunstenaarsboek. Woudsma’s verzameling richt zich vooral op het Nederlandse kunstenaarsboek en loopt door tot het heden.

Er zijn al veel criteria losgelaten op dit fluïde genre. Gebonden of losbladig? Wel of geen tekst van anderen in het boek? In (grote) oplage of vooral unica? Dat krijg je met het samenvoegen van kunstenaar en boek. De één staat in de kunstwereld, de ander in de bibliotheek. Deze tentoonstelling laat zien dat het kunstenaarsboek zich maar weinig aantrekt van definities, maar toch direct herkenbaar is.

Veel conceptuele kunstenaars uit de jaren 60 en 70 voerden een eigen agenda met het kunstenaarsboek: het moest zich onttrekken aan vaststaande categorieën en een bepaald artistiek idioom. Het moest beweeglijk zijn, met een onberekenbare status en daardoor ontsnappen aan commercie, aan vaste marktwaarde. Dat laatste ideaal is niet houdbaar gebleken, maar wel iets anders: dat de vele definities elkaar zo in de weg kunnen zitten, toont juist aan dat de onberekenbare status doorwerkt. Dat kunstenaarsboeken zich Sequence voortdurend vrijspelen van definitiekwesties, is iets dat deze tentoonstelling vooral laat zien.

Kunstenaarsboeken uit de jaren 60 en 70 stonden vaak diametraal tegenover de dominante institutionele kunstopvattingen van die tijd. Geen uitgebalanceerde serie beelden, maar bijeengebracht door ogenschijnlijke willekeur en wetmatigheden die voorheen niet tot het domein van de kunsten werden gerekend, zoals de opbouw van het archief. Geen hoogstaande fotografie, maar snapshots, vaak van triviale onderwerpen en van armoedige kwaliteit. Niet het artistieke adagium van ‘het beslissende moment’ is van belang, maar beeldsequenties, waarbinnen elke (moment)opname gelijk is aan het vorige of het volgende beeld. “A collection of facts” noemde Edward Ruscha de foto’s in zijn kunstenaarsboek Twentysix Gasoline Stations (1963).

Hoewel er nog steeds de verworven vrijheid van jaren 60 en 70 in doorklinkt, laat Woudsma’s verzameling een gevarieerder beeld zien, dat kleurrijker en soms smaakvoller is, en vaak van ontegenzeglijk hoge kwaliteit wat betreft fotografie, papierkeuze en afwerking. In de beschrijvingen in de voorliggende catalogus licht Woudsma uitgebreid zijn keuzes toe. Toch valt er veel te zeggen voor de karakteristieken van het kunstenaarsboek: het kan rondslingeren en ook buiten de kunstwereld zijn weg vinden. Zeker in een periode waarin de rol die kunst in de wereld speelt heroverwogen wordt, zal het kunstenaarsboek aan belang winnen.

En op het moment dat de eigenschappen van een boek samenvallen met je idee, kun je spreken van een kunstenaarsboek. Het kunstenaarsboek biedt de unieke mogelijkheid dat je kunt kijken en aanraken tegelijkertijd. Er is altijd een handeling aan verbonden, zoals het vasthouden van het boek of het omslaan van de bladzijden. Het kunstenaarsboek verwijst in de eerste plaats naar zichzelf, ze is niet slechts drager van afbeeldingen, maar vooral zelf een beeld.

Het zijn de kunstenaars die mij hebben geïnspireerd om deze tentoonstelling te organiseren. 

Mijn dank gaat uit naar Tineke Reijnders en Rein Jelle Terpstra. Zij hebben mij gemotiveerd en de stimulans gegeven om het ook daadwerkelijk te organiseren en te realiseren, om door te gaan (Henk Woudsma 2016).


Foto: Rein Jelle Terpstra


Opening (foto: Rein Jelle Terpstra)

foto: Rein Jelle Terpstra

Lezing Johan Deumens (foto: Rein Jelle Terpstra)
Lezing Karin de Jong (Printroom Rotterdam)






Catalogus tentoonstelling Sequence 1 2015




Kunstenaarsboeken bij het RKD (Art & Project, Stichting Octopus en Ed Ruscha).


Ed Ruscha aan het werk in Stadskanaal 1971
foto: Poul ter Hofstede, conservator Groninger Musum (©)
(Bron: RKD bulletin 2013/2)
Volgens een nieuw geformuleerde missie houdt het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag zich bezig met het toegankelijk maken van informatie over Nederlandse kunst in internationale context. Internationaal is ook de scope van het project kunstenaarsboeken. Door de komst van het archief van galerie Art & Project kwam het RKD in het bezit van een groot aantal kunstenaarsboeken van conceptuele kunstenaars als John Baldessari, Robert Barry, Stanley Brouwn, Daniel Buren, Sol Lewitt en Lawrence Weiner. Klik voor meer informatie over deze uitgaven van Art & Project op: Kunstenaarsboeken uit Nederland en België. Naast de collectie (kunstenaars-) boeken en tijdschriften bevat dit archief ook onder andere stukken betreffende de voorbereidingen van de door Art & Project uitgegeven bulletins met bijdragen van kunstenaars. Tevens herbergt het archief algemene correspondentie met binnenlandse en buitenlandse musea, galeries en andere kunstinstellingen en de per kunstenaar geordende dossiers met archief en beeldmateriaal. Archief en bibliotheek beslaan ongeïnventariseerd samen circa 92 meter. Deze verzameling en de al aanwezige kunstenaarsboeken worden nu gecollectioneerd en beschikbaar gesteld voor raadpleging en bruiklenen. In de komende jaren zal het RKD verder werken aan de ontsluiting van de publicaties en het opbouwen van expertise op dit gebied (bron: RKD bulletin 2013/2).




Fragmenten uit: Dutch Details (bron: collections.otis.edu)
Tot 28 februari 2014 presenteert het RKD kunstenaarsboeken van Ed Ruscha en de bijzondere uitgaven van de Nederlandse Stichting Octopus. Deze zijn te bezichtigen in de RKD-vitrines bij de entree. De boeken van Ed Ruscha maken deel uit van het archief van galerie Art & Project. Zijn kunstenaarsboek met de titel ‘Dutch Details’ (1971) werd uitgegeven door de Stichting Octopus. Ruscha maakte dit fotoboek in Nederland voor de kunstmanifestatie Sonsbeek 71 (‘Sonsbeek buiten de Perken’). Voor meer informatie over deze uitgave klik op: Dutch Details van Ed Ruscha. In het RKD Bulletin van december 2013 is een artikel over Ruscha's ‘Dutch Details’ opgenomen door de kunsthistoricus Hans Ebbink. Hierin ontrafelt Ebbink de spannende geschiedenis achter dit zeer bijzondere en zeldzame kunstenaarsboek.

De Stichting Octopus beoogde – zonder winstbejag – een serie uitgaven te realiseren op het gebied van de eigentijdse beeldende kunst. De aard van de reeks werd bepaald door het werk van kunstenaars uit binnen- en buitenland. De keuze van de uitgaven werd mede bepaald door de actualiteit en de kwaliteit. Het doel van de stichting was een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Octopus wilde de uitgaven voor iedereen toegankelijk maken. De oplage van elke uitgave was daarom onbeperkt, waardoor ook de prijzen laag gehouden konden worden. De stichting maakte tussen 1969 en 1972 naast prenten, geschreven en getekende ideeën, ruimtelijke projecten (bouwdozen, objecten etc.) enkele bijzondere kunstenaarspublicaties: een kalender van Ger van Elk, een map met groot formaat dagboekbladen van Ben d’Armagnac en Ger Dekker (titel: ‘Negen dagen uit het leven van Ben d’Armagnac en Ger Dekker’), het boek ‘Cubics’ van J. Slothouber en W. Graatsma en het boek ‘Poppetgom’ (layout: Jan van Toorn) in een blik (bron: informatieblad Stichting Octopus, bijlage Revue Intergration 11 + 12 1976).







Blik, kussentje en fragmenten uit Poppetgom

Poppetgom, een verzonnen woord (mengeling van "puppets en pop"), was een anarchistisch theaterstuk uitgevoerd door Theater Scarabee, onder leiding van Adri Boon. Na het debuut in 1969 in Den Haag, zijn er voorstellingen geweest in Amersfoort, Rotterdam, Parijs, Genève en Milaan. Op woensdag 4 juni 1969 zond de Nederlandse televisie in het programma Eigentijds Poppetgom uit. Het boek (1970) geeft een beeld van het opgevoerde theaterstuk. Niet alleen d.m.v. foto's maar ook door gedichten/tekst en tekeningen van Lucebert. Jan van Toorn stelde voor om het boek te verpakken in een olieblik (met geel opblaasbaar kussen als bescherming), zodat het geopend moest worden met een blikopener. Een van de medewerkers die zich ook bezighield met vormgeving/uitgave van het boek was Wim Crouwel.

De eerste uitgave van de Stichting Octopus was het ‘Speelboek’ (1969) van Jaap Mooy. Mooy behoorde tot de kunstenaars die zich kenmerkten door eenzelfde experimenteel-romantische inslag als Cobra, maar er niet bij aansloot. Dit gold ook voor onder andere Ger Lataster, Jan Sierhuis en Jef Diederen. Mooy sloot zich aan bij Vrij Beelden. Hij hield zich zowel met schilderen als beeldhouwen bezig. Net als de neo-constructivisten Paul van de Vliet en Marius Quee houdt Jaap Mooy zich vanaf midden jaren zestig bezig met geometrische composities en ruimtelijke situaties in constructivistische zin. Vooral zwarte geometrische vormen op een wit vlak. Ongeveer tegelijkertijd ontstaan een reeks manipuleerbare 'tast- en speelplastieken'. Dan ontstaat ook het ontwerp voor ‘Speelboek’. Het bestaat uit kartonnen platten in ringband in omslag met een maat van 32,5 x 38,5 cm., waarin het zwart-wit werk van Mooy gehalveerd is, zodat er telkens andere, maar in elkaar overlopende boven- en onderkanten aan elkaar te leggen zijn. De vormen verrassen voortdurend door hun mogelijkheden, waardoor ze een speelsheid krijgen die verwant is aan het vormenspel van Jean Arp. Mooy: “Dat speelboek sloot aan bij mijn schilderijen en beeldhouwwerk, die schilderijen beïnvloedden de kleurkeuze: zwart/wit, het spelelement is afgeleid van de plastieken. Vroeger maakte ik plastieken uit afval, schroot, van autowielen en fietskettingen, je kent dat wel’ (bron: informatieblad Stichting Octopus, bijlage Revue Intergration 11 + 12 1976).




De jaren zeventig en tachtig wordt vervolgd!


Deze weblog zal een vervolg krijgen. Minimaal de onderstaande kunstenaars en uitgaven komen nog aan bod. Klik op 'kunstenaarsboeken' voor een overzicht van de publicaties (bron: New York Art Resources Consortium, Collectie Gelderland, Stedelijk Museum Amsterdam). Het overzicht is niet altijd volledig en wordt daaronder aangevuld.

Kunstenaars:

Pierre Alechinsky
Vues Laponi (1957)
Le tireurs de langue (1961)
Moi qui j'avais (1961)
Le personne du sinqulier (1963)
KWY 12 Album (1963)
le test du titre : 6 planches et 61 titreurs d'élite (Paris, Yves Rivière éditeur, 1967 oplage 1.000)
Le tout venant (Galerie de France 1967)

Carel Balth
Perception of the line (Eigen publicatie, Vreeland 1971 oplage 500 gen.)

Günter Brus
Die wundharmonika (Van Abbemuseum 1984 oplage 500)

Pol Bury (kunstenaarsboeken)

Henri Chopin (kunstenaarsboeken)

Jan Fabre
The fountain of the world : drawings by Jan Fabre, 1979 (Imschoot Gent, 1990 oplage 1.000)
Fabres book of insects. Volume I. (all published) (Imschoot Gent, 1990 oplage 250)
The mystery of things (1997)
Passage (1997)
Een ontmoeting/Vstrecha': a meeting (1999)

Jan Henderikse (kunstenaarsboeken)

Harry Hoogstraten (kunstenaarsboeken)

Sipke Huismans
Academie schets- en tekenbloc (Galerie Espace Amsterdam, 1972)
De verzwegen verliefdheid of pinda's en turquoise - en beeldnovelle door... (Uitgeverij Love me or Leave, Amsterdam, 1972 oplage 1.000)
Zonder titel (Mededelingen Centraal Museum Utrecht, 1nummer 1 974/75)

Paul Ibou 
Metamorphosis (illegible color variation book) (Monas Antwerpen, 1968 oplage 1.000 gen./ges.)

Rein Jansma
Stairs (Joost Elffers Production Amsterdam, 1982, pop-up boek)

Hans Koetsier
Ik lijd verschrikkelijk (Bert Bakker Amsterdam, 1976)
Aha (Bert Bakker Amsterdam, 1979)
Idee. Een verzameling van al dan niet ingediende ideeën (Bert Bakker Amsterdam 1980)
Advertisements 1969-1981 (Staatsdrukkerij Den Haag, 1984)
Kwaliteit enzovoort (Bert Bakker Amsterdam, 1986)

Sjak Marks
North America 1969 (Van Abbemuseum 1969)

Holly Moors (kunstenaarsboeken)

Paul Panhuysen
Metamorphosen (Het Apollohuis Eindhoven, 1982 oplage 40 gen./ges.) 
Een kaleidoscopisch beeld (Het Apollohuis Eindhoven, oplage 50 gen./ges.)
Number Made Visible : The story of the magic square of 8 by Benjamin Franklin (Het Apollohuis Eindhoven 1997)

Uwe Poth (kunstenaarsboeken: zie onder Artbook editions) 

Marjo Schumans
Marjo Schumans presents (IAC nr. 46, Friedrichsfehn 1974)
Outlines (Agora Studios Maastricht 1974)

Roland Sips (kunstenaarsboeken)

Oey Tjeng Sit
Theatrum Anatomicum (Thomas Rap, Amsterdam 1969)
Over het slaan van munten (De Vingerpers, Amsterdam 1971)
Behalve eetbaar zijn knikkers ook vergiftig (Tango, Leiden 1973)
Een keizer? Neen, een Vlag (Asselijn, Amsterdam 1978)
2 x 2 = 5 (i.s.m. Dorien Wintgens Stedelijk Museum de Lakenhal, Leiden 1980)
Bis zum Bauch im Wasser / Tot het middel in het water (Omnibus Press / De Vingerpers, München / Amsterdam 1980)
Men zou vaker schoenen moeten passen ( De Vingerpers, Amsterdam 1982)
67 (De Vingerpers, Amsterdam 1984)
Liegen (De Vingerpers, Amsterdam 1985)
Frisch Gestrichen (De Vingerpers, Amsterdam 1985)
Het kapotte strijkijzer (De Vingerpers, Amsterdam 1985)
Als een krant (De Vingerpers, Amsterdam 1986)
Courant Incourant (Atalanta Pers, Baarn 1988)

Ben Sleeuwenhoek

Peter Spaans (kunstenaarsboeken en kunstenaarsboeken)

Tajiri
Sculpture (London, Hamilton Gallery, 1964)
The wall - Die Mauer - Le mur (X Press Baarlo 1971 oplage 100 gen./ges.)
Tajiri Lunds Kunsthall (Malmö, Skanetryck AB, 1971 flipboek)
Het verdwenen eiland (X Press Baarlo 1974 oplage 200 gen./ges.)
Zonder Titel (Brummen, Broeks Bureau Voor Luxe Werkjes 1986 Vestzakbibliotheek)

Rúna Thorkelsdóttir (kunstenaarsboeken)
Heads And Tails Of Fairy-Tales (Amsterdam, 1985 oplage 75 gen./ges.)
Untitled (Amsterdam, 1985 oplage 20 gen./ges.)
Barcycling (Amsterdam, 1988 oplage 100 gen./ges.)
Vatnaljód (Amsterdam, 1988 oplage 150 gen./ges.)
Island (Amsterdam, 1989 oplage 75 gen./ges.)
Untitled (Amsterdam, 1990 oplage 100 gen./ges.)
Short long story (Amsterdam, 1991 oplage 200 gen./ges.)


Geurt van Dijk (kunstenaarsboeken)

Henriëtte van Egten (Kunstenaarsboeken)
The book of troy (twee volumes, Amsterdam, 1989 oplage 45 ges./gen.)
Bis Einhundertvierundzwanzig (Amsterdam, 1988 oplage 12 genummerd of which 4 copies bear this German title, 4 the English title Up To Onehundrettwentyfour and 4 the Dutch title Tot Eenhondertvierentwintig )
Phantom Portraits (Amsterdam, 1987 oplage 36 gen./ges)
Tekeningen (Berlin, 1982 oplage 105 gen./ges.)
Too long (Amsterdam, 1991 oplage 51 gen./ges.)
Van Egten's Blues (Amsterdam, 1998 oplage 50 gen./ges.)
Von Kopf Bis Fuss Auf Malen Eingestellt (Amsterdam, 1991 oplage 25 gen./ges.)

J.C.J. van der Heyden
J.C.J. van der Heyden (Haags Gemeentemuseum/Van Abbemuseum 1977)
Himal Aya (Mededelingen Centraal Museum Utrecht, nummer 32 1981)
J.C.J. van der Heyden (Stedelijk van Abbemuseum 1983 oplage 1.000)
JCJ Vanderheyden (Den Bosch 2000 oplage 1.000)
JCJ Vanderheyden (Stedelijk Museum Amsterdam 2001)

Diederick van Kleef (kunstenaarsboeken)

Bert Loerakker
Twee gezichten van één echo (Eigen publicatie, Helmond 1986 oplage 10 gen./ges)
Rome (Eigen publicatie, Helmond 1986 oplage 10 gen./ges)
Bert Loerakker (Helmond 1996 oplage 500)
Bert Loerakker : schilderijen 1993 - 1998, monotypes (De Beyerd Brea 1999)

Alex Vermeulen (6 filmboeken)
Het schoon schip (Eigen publicatie 1982 oplage 250 gen.)
In het avond-uur der verwondering (Art Book, Amsterdam, 1985 oplage 250 gen.)
En Passant Baltimore Krüger (Het Kruithuis 's-Hertogenbosch, 1986 oplage 500)
Alleen Onno Trueman (Schoon Schip Productie Amsterdam, 1987)
Filmboek? (onbekend)
Terra Refrigera (Idea Books Amsterdam 1992)

Irene Verbeek
Mensen, dieren, dingen (Eigen beheer 1979 oplage 500)
Tekst & Beeld (Eigen beheer Groningen, oplage 500 gen./ges. incl. 7 zeefdrukken)
Cyclus (Eigen beheer 1982 oplage 50 gen./ges.)
The revenge (ABC-reeks Philip Elchers 1994 oplage 15 ges./gen.)
Abraza; In de verte van de herinnering (i.s.m. Koos Koster, Philip Elchers Groningen, 1995 oplage 125 gen./ges.)

Bernard Villers (kunstenaarsboeken)

Ans Wortel
Preken en Prenten (Tor, Amsterdam 1969)

A. Wortel : voor die ziet met mijn soort ogen door wiens ogen ik kan zien... (Eigen uitgave Bergen, 1970 oplage 10)
Voor ons de reizende vlezen rots (De Bezige Bij, Amsterdam 1971)
Wat ik vond en verloor (Tor, Amsterdam 1973)

Lessen aan die ik liefheb (Tor, Amsterdam 1973)


Frits M. Woudstra (eigen beheer)
25 portretten Enschede 1981 oplage 250
Gespreksnotities Enschede 1983
Vrouwtjes Amsterdam 1984 oplage 40 gen./ges.
Incognito Amsterdam 1986 oplage 28 gen./ges.
De retour van mister moonlight Amsterdam 1986 oplage 25 gen./ges.
Onbeantwoorde correspondentie Amsterdam 1987 oplage 25 gen./ges.
Materiaal uit de ruimte Amsterdam oplage 10 gen./ges.1990
Tekleningen geinspireerd op Berliner Alexanderplatz van R.W. Fassbinder Amsterdam 1991 oplage 10 gen./ges.
Pardonneer me Amsterdam 1991 oplage 16 gen./ges.
Studie naar Holbein Amsterdam 1992 oplage ? gen.
F. M. Woudstra : serieuze zaken Amsterdam 1994 oplage 20 gen./ges.
F.M. Woudstra Amsterdam 1996 oplage 16 gen.

Uitgevers:

De Vestzakbibliotheek, Broeks bureau voor luxe werkjes Brummen, c1984-c1985.

Stichting Plaatsmaken Arnhem (waaronder de 250 cent reeks)


Het Apollohuis Eindhoven: Paul Panhuysen: publications Het Apollohuis 1980-2001

De Enschedese School


Uitgeverij Kalimiteit Dokkum

Uitgave Kunstinformatie van Kunstcentrum Badhuis Gorinchem:
nr.1 Ad Dekkers; nr. 2 visuele poëzie; nr.3 Boezem; nr.4 Kees Franse; nr.5 Symposium Gorinchem; nr.6 herman de vries; nr.7 Rational Concepts; nr.8 Winiarski; nr.9 Winiarski; nr.10 Sjoerd Buisman; nr. 11 Signalement; nr. 12 Ad De Keijzer; nr.13 Sieraden; nr. 14 Lev Nussberg; nr.15/16 Rationale Konzepte; nr. 17 Calderara; nr. 18 Siebe Hansma; nr. 19 Alviani; nr. 20Textiel als architectuur; nr. 21 9 Rotterdammers; nr. 22 Sykora; nr. 23 Krijn Giezen; nr.24 Vijf jaar Kunstcentrum Badhuis; nr. 25 Pier van Dijk/ Robert Joseph; nr. 26 Dominique Stroobant; nr. 27 Marianne Smits; nr. 28 Uwe Poth; nr. 29/30 Boezem; nr. 31 Jan van Munster; nr. 32 Jan Smejkal; nr. 33 Ewerdt Hilgemann; nr. 34 Dick Postema; nr. 35 Jiri Valoch; nr. 36 herman de vries; nr. 37 Karel Malich; nr. 38 Ewerdt Hilgemann; nr. 39 Francois Morellet; nr. 40 Herinneringen; nr. 41 Richard Paul Lohse.

Gerrit Rietveld Academie Amsterdam (een selectie):
- 1964 : J.C.M. Dietvorst, Henk Groenendijk, Peter Mertens 1981 oplage 300
- Straatstructuren : een wandeling Thijs Berman, Tessa van der Waals 1981
- [Typografiekrant] : Simon den Hartog, Charles Jongejans 1981
- Uit eigen stal : voor Piet Klaasse Simon den Hartog 1981
- 's Avonds 5 jaar binnenhuis : Paul J.M. Willemse 1982
- Points of view on design education : Max Bruinsma 1983 oplage 1.000
- Vormen van textiel : Joost van Haaften, Diek Zweegman 1983
- Tekstverwerker : Koen van Dijk 1983
- [Zonder titel] : Herman Gordijn 1983
- Deur : Ellen Janssen 1984 oplage 200 (boekje in beschilderde doos)
- Gestempeld : Kees Nieuwenhuijzen, Frans Oosterhof 1984 oplage 200 gen.
- Jaap A. Egmond : dat vreemt is 1985 oplage 50 gen. met grammofoonplaat
- Voedsel en vuil : Pieter Kooijman, Hans Muller 1985
- Lente : meer schilderijen Jos Houweling 1985 oplage 300
- Maroeska Metz : eetbare beelden 1985
- Niet gebonden toch geniet : Lily van Ginneken 1985 oplage 1.500
- Toerist : Tiong Ang 1986 oplage 300 gen./ges.
- Derde persoon : Dingeman Kuilman en Pieter Woudt 1986 oplage 100
- Ik zie ben denk systeem : Eva Durlacher 1988 oplage 100 gen./ges.
- Wouter van Eyck : beeld als taal 1988 oplage 150
- An van Elst : de mythe van het knusse landschap van vroeger 1989 oplage 50
- Vlaggenzee Astrid Klaase Bos 1989 oplage 500
- Serie soli : een reeks tentoonstellingen in het Rietveld Paviljoen 1985-1989 Simon den Hartog 1990
- Fiona Tan : lichaamstaal 1990
- Elvira Duives : zeven dagen, houdbaar 1991 oplage 61
- Erik Weeda : bepaalde zaken 1991 oplage 170
- as if in a circle : Miriam de Koning, Erwin Slegers 1991 oplage 100
- Sandra Kruisbrink : Requim voor Tinglado no.2 1991 oplage 150 gen./ges.
- Tenminste : Tina Herslund 1991 oplage 90
- Lon Robbé : the subjective object 2001 oplage 250 gen.













Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...